![]() |
||
|
Het Sublieme: De
eeuwige afwisseling tussen enthousiasme en ironie Thesis van Siebe de Boer Frank Mohr Instituut: Interactive Media & Environments 2004-2006 Inhoud 1. Inleiding 1.1 De Verlichting 1.2 De Romantiek 2. Het Sublieme 2.1 Longinus 2.2 Burke 2.3 Kant 3. Landschappen van de
Geest 4. Het Technologische Sublieme 4.1 The American Sublime 4.2 Het Dynamische Sublieme van de Machine 4.3 Het Geometrische Sublieme 4.4 De Fabriek, het Industriële Sublieme 4.5 Het Elektrische Sublieme 4.6 De Atoombom, Keerpunt in het Sublieme 5. Ontverring van het Verre 5.1 Het Sublieme Landschap als Cyborg 5.2 Het Sublieme Nederlandse Landschap 5.3 De Technische Reproduceerbaarheid
van het Landschap 6. Het Landschap van mijn
Geest en zijn Reproductie 7. Bronvermelding 1. Inleiding De aanleiding van deze scriptie en
mijn twee eindexamen werken bevindt zich in Friesland, op een smal en
kronkelig plattelands weggetje tussen twee kleine dorpjes. Daar liep
ik op een nacht op weg naar huis, na een avond op bezoek te zijn geweest
bij een vriend. Ik had die dag een klein artikeltje gelezen over de
verdeling van energieverbruik in de wereld. De westerse wereld verbruikte
volgens die tekst ruim 70% van de energievoorraad, terwijl wij qua inwoners
dat percentage bij lange na niet representeren. Het meest tekenende
voorbeeld hiervan was een foto bij het artikel, genomen door NASA, waarop
de wereld bij nacht te zien was; de verlichte wereldsteden deden de
minder bedeelde gebieden verbleken. Deze afbeelding spookte door mijn hoofd toen ik om mij heen keek en de omgeving in mij opnam. De weg was zeer spaarzaam verlicht en de directe omgeving was zeer moeilijk te onderscheiden van de nacht. Achter mij zag ik vanuit de verte de lichtjes van de trein, die op weg was naar Leeuwarden, waarschijnlijk voor de laatste keer die dag. De magie van de nacht en de verlichting binnenin de trein transformeerde de trein in een levend wezen wat zich, schijnbaar moeiteloos, door het lachtelijke landschap, bewoog. Parallel aan de spoorweg stonden de
elektriciteitsmasten, een rij die zich uitstrekte zover als het oog
reikte. Een lange mars masten, met hetzelfde einddoel als de trein:
de stad. De stad zelf was niet zichtbaar, maar hij was merkbaar aanwezig
door het verdwaalde licht wat niet alleen de stad, maar ook de hemel
daarboven verlichtte, als een illusionaire toren van Babel. Er bestond
geen twijfel over het feit dat de natuurlijke gang van zaken in deze
kunstmatige wereld het onderspit had gedolven. Het getsjirp van krekels
had plaatsgemaakt voor het statische gezoem van de elektriciteitsdraden,
die boven mij hingen en zorgden voor een fascinerend schouwspel van
lijnen. De grasvelden waren in Mondriaanse vlakverdelingen verkaveld
en de masten konden het zich door hun indrukwekkende grootte veroorloven
om hun omgeving compleet te negeren. Het moment was een voorstelling van pure magie, waar de natuur een hele kleine bijrol in speelde. Het was een viering van het menselijke vernuft, maar toch stond die afbeelding van onze wereld bol nog op mijn netvlies gebrand en ik vroeg me af hoe deze situatie er van boven uit zou zien. Het was zo makkelijk om je te verliezen in deze wereld, dit theater, wat zich voor mijn ogen afspeelde, dat ik bijna het artikel zou vergeten wat ik eerder die dag had gelezen. Op het moment dat het me weer te binnen
schoot veranderde iets in de sfeer van het theater. De tweede akte was
begonnen, waarin alle zekerheden op de proef werden gesteld en de twijfel
een rol ging spelen. Het gezoem van de elektriciteit werd indringender,
de naderende trein verraadde zijn magie met het gehakkel van zijn motoren
en het licht van de stad leek ineens als naderend onweer zich langzaam
mijn kant op te bewegen. Ik had al eerder van de magie van de
nacht geproefd, maar de objectieve registratie van de satteliet hoog
boven de aarde, illustreerde voor mij een fascinerende tweedeling die
ik die nacht in het landschap terugvond. De tweede natuur die wij voor
onszelf geschapen hadden en die altijd als een comfortabel bed had gevoeld,
was nog steeds zacht, maar lag toch minder gemakkelijk. Die twijfel
had voor mij een nieuwe fascinatie voor het landschap bijgebracht. Ik
zag in de transformatie van het landschap een problematiek die verband
hield met mijn eigen twijfels en ik ben het landschap gaan gebruiken
als leidraad voor mijn ontdekkingstocht. Het maken van mijn eerste animatiefilm
was een voorzichtige verkenning van de twijfel, en in die tocht vond
ik de magie terug van de tweede natuur, de fascinatie voor het grootse
in de technologie, het theater van licht, muziek en dans en grootse
decors, die het verhaal vertellen van mijn tocht. In de reflectie op
die eerste verkenning kwam, in verband met mijn fascinatie voor de Romantische
schilderkunst, de term 'het Sublieme' bovendrijven. Een klein onderzoek
hiernaar leverde een aantal interessante vondsten op, waardoor mijn
nieuwsgierigheid geprikkeld was. De ambivalentie die ten grondslag lag
aan het gevoel van het sublieme was zeer herkenbaar en toen ik stuitte
op het boek van David E. Nye, getiteld 'American Technological Sublime',
waarin in hij de ambivalente geschiedenis van de technologie in ons
landschap beschreef, wist ik dat ik iets gevonden had waarmee ik meer
grip kon krijgen op de processen die mij zo fascineerden. Het sublieme heeft veel facetten en
niet alle denkers hanteren dezelfde definities van een sublieme ervaring.
Ik heb geprobeerd om de geschiedenis van het sublieme te traceren en
te kijken waar en hoe het Sublieme tegenwoordig nog van betekenis is.
Het sublieme is in vele aspecten van onze leefwereld terug te vinden
in een tijd waar ambivalentie en onzekerheid steeds meer de kop op steken.
Goed en kwaad vergrijst, milieu en natuur wordt steeds meer een
tegenstelling, westerse en oosterse waarden botsen; de mens twijfelt
steeds meer. De tijden van heilige overtuiging in de westerse wereld
zijn voorbij, behalve misschien het geloof in de wetenschappelijke vooruitgang.
Maar in de geschiedenis van het technologische sublieme wordt duidelijk
dat daar ook al kleine scheurtjes in zijn ontstaan: scheurtjes die nog
steeds niet helemaal verdwenen zijn. "Toen bleek dat de manier waarop
ik werkte naadloos paste bij de manier waarop het landschap zelf een
werkzame metafoor was voor bepaalde zaken die ik
in mijzelf voelde.? -Edwin Zwakman Ik probeer door middel van de scriptie
en de animatie vanuit twee kanten van mijn vragen, twijfels te begrijpen,
al staat in het werk vooral de ervaring van het landschap centraal.
Daar waar de animatie vooral een subjectieve aangelegenheid is, heb
ik in de scriptie geprobeerd om een meer objectieve kijk te geven op
het sublieme landschap. Toch heb ik bewuste keuzes gemaakt in specifieke
onderwerpen binnen het sublieme en vooral in de laatste hoofdstukken,
waarin het sublieme en het landschap van de moderne tijd wordt behandeld,
gebruik ik de geciteerde schrijvers en hun theorie als spreekbuis voor
mijn eigen opvattingen. Net zoals ik in mijn beeldende werk uit mijn
persoonlijke ervaringen met het Sublieme beelden en onderwerpen kies,
waarvan ik denk dat ze mijn ervaring vertegenwoordigen. Deze scriptie was een interessante
en leerzame stap in de goede richting, die zowel mijn nieuwsgierigheid
bevredigde en vele, soms onverwachte, connecties maakte tussen verschillende
onderwerpen van mijn fascinatie. Aan de andere kant heb ik een aantal
zijwegen onbetreden moeten laten, hoewel deze uiterst interessant leken.
Een vervolg op dit onderzoek zou zowel mijn innerlijke rust als mijn
werk kunnen verrijken en met deze thesis als basis denk ik dat dat er
in het vervolg van mijn kunstenaarschap er zeker nog van gaat komen.
De reis door de het nachtelijke landschap van de geest is nog lang niet
ten einde. In de thesis begin met ik een beeld geven van de periode waarin de sublieme ervaring een belangrijke rol speelde, de Romantiek, en de daarmee verband houdende cultuurperiode, de Verlichting. Hoewel de term al gebruikt werd door een oud-Griekse leermeester/criticus, vooral bekend onder de naam 'Longinus' is die periode minder relevant voor dit verhaal, en de moderne tijd waarin het technologische sublieme een rol speelt zal later behandeld worden. Ik heb geprobeerd een verdeling te
maken tussen de Verlichting en de Romantiek, maar ik heb gemerkt dat
die vergelijking soms erg moeilijk te maken is. Toch wil ik een paar
belangrijke verschillen aangeven tussen de twee perioden. Hoewel ze
niet algemeen geldig zijn, geeft het toch een idee van de periode waarin
belangrijke denkers met betrekking tot het sublieme hun gedachten vormden.
Daarna komen de belangrijkste denkers met betrekking tot Sublieme aan
bod, Longinus, Burke en Kant. Via een blik op het Sublieme, zoals het
zich in de moderne tijd manifesteert, probeer ik de landschappen, zoals
ze veranderd en gezien zijn, te beschrijven en daarmee een brug te slaan
naar mijn beeldende werk. 1.1 De Verlichting De Verlichting is een beweging/periode die begon circa 1650 en eindigde met de Franse Revolutie in de 18e eeuw. In deze periode werd er veel waarde gehecht aan de ratio. Na een reeks godsdienstoorlogen en wetenschappelijke doorbraken verschoof de waarheid van de leer van de kerk naar empirisch onderzoek. Daar waar Galileo Galilei nog verketterd werd door de kerk, maar wel een begin maakte met het rationele denken, bedacht (onder andere) Isaac Newton een wetenschappelijk systeem voor het bestuderen van natuurwetten, waarmee hij dacht de waarheid over God's creatie te kunnen ontrafelen. Interessant genoeg leidde dit niet
tot een afkeer van het geloof, maar een andere opvatting van God. Daar
waar God's wegen daarvoor nog ondoorgrondelijk werden geacht, werden
hem nu meer rationele kwaliteiten toebedeeld die leidden tot universele
wetten die door zijn evenbeeld en afgevaardigde (het rentmeesterschap)
begrepen en gebruikt konden worden. Door de toename van kennis werden steeds meer fenomenen, zoals het universum, de zwaartekracht en andere natuurlijke systemen door middel van wetenschappelijke methoden verklaard, waardoor het wereldbeeld veranderde van een (boven)natuurlijke naar een mechanische; de wereld als een raderwerk van regels en wetten die tot op het detail gevolgd werden. Romantici zagen dit fenomeen als een
'onttovering' van de wereld. Ook waren zij bang dat de individuele waarheid,
mening en besluitvorming in gevaar werd gebracht door het Verlichtingsconcept
van een universele waarheid, die door een 'verlichte' elite tot uitvoer
werd gebracht. Immanuel Kant bijvoorbeeld, stelde in zijn tekst 'What
is Enlightenment?',: ?A greater degree of civil freedom
appears advantageous to the freedom of mind of the people, and yet it
places inescapable limitations upon it. A lower degree of civil freedom,
on the contrary, provides the mind with room for each man to extend
himself to his full capacity.? Onder invloed van de ontdekkingsreizigers,
met name richting China en andere ontwikkelde culturen, ontstond er
ook het idee van de kosmopoliet, of wereldburger. Volgens Kant waren
'alle rationele wezens leden van één morele gemeenschap'. Door hun
geloof in het goede van de mens en zijn verstand geloofden zij dat door
een globale gemeenschap te vormen er een soort wereldvrede zou kunnen
ontstaan. Dit vertrouwen in het redelijke van de mens is kenmerkend
voor de Verlichting. Kant was ook voorstander van een zogenaamde volkerenbond,
wat uiteindelijk na een periode van wereldoorlogen in de 20e eeuw een
feit werd. 1.2 De Romantiek Daar waar de Verlichting de menselijke
ratio eerde, waren de romantici vooral bezig met het gevoelsleven van
de mens. Baudelaire zei over de Romantiek:"[D]e romantiek is niet
nauwkeurig te situeren in onderwerpkeuze of exacte waarheid, doch uitsluitend
in een manier van voelen". Ondanks de soms verschillende interpretaties
wordt de Romantiek wel gezien als de laatste grote Europese cultuur
periode, waarin zowel de kunst als de filosofie dezelfde gedachte uitdroegen. Als gevolg van de nadruk op het gevoelsleven werd het individu in de Romantiek belangrijk. Elk mens was uniek en had zijn eigen ideeën en gedachten. Dit had verscheidene belangrijke consequenties. Ten eerste werd er, ten koste van het Verlichte kosmopolitisme, een nationale identiteit aangewakkerd. Men was op zoek naar een identiteit van cultuur, denken en ook een eigen geschiedenis. Ten tweede ontstond er een grote waardering
voor het 'genie' van de kunstenaar. Alleen de kunst kon in de buurt
van het 'onuitsprekelijke' komen, een overweldigende ervaring losmaken,
en gevoelens uiten in een persoonlijke visie. Soms werd er zelfs beweerd
dat de wereld scheppende vaardigheden van de kunstenaar vergeleken kunnen
worden met die van God zelf. Dit was een breuk met de oude traditie
van de kunstenaar als 'illustrator', die in dienst stond van een opdrachtgever
als een ambachtsman. Nu vertolkte de kunstenaar zijn eigen gevoelsleven.
Dit gevoelsleven werd gedomineerd door de nacht, mystiek, de duistere
kanten van het leven. Vele van deze kenmerken komen samen in het
sublieme. Kant schrijft hierover in zijn 'Waarnemingen over het
gevoel van het schone en sublieme (1764): Hij, wiens gevoel in het melancholische
valt [...] heeft met name het gevoel voor het sublieme. Zelfs de schoonheid
, voor welke hij evenzeer gevoel heeft, moet hem niet alleen bekoren,
maar ook, terwijl zij hem tevens bewondering inboezemt, roeren. Het
genot des genoegens is bij hem ernstiger:
hierom echter niet geringer. Alle aandoeningen van het sublieme hebben
meer betoverends voor hem dan al die begoochelende bekoorlijkheden van
het schone. In de Romantiek was er ook een belangrijke
rol weggelegd voor de natuur. De natuur werd ook gezien als een 'ik',
een individu, en deze was gezegend met een soort wereldziel. Derhalve
is er in de Romantische kunst een belangrijke rol weggelegd voor het
landschap. De Verlichting had volgens de romantische kunstenaars de
onttovering van de natuur teweeggebracht en deze werd in toenemende
mate gereduceerd tot louter grondstof van technisch ingrijpen. Daarom
probeerden zij door middel van hun kunst het landschap opnieuw te 'bezielen'.
In plaats van een klok was de wereld een levend organisme geworden,
dat ademde en voelde. Romantici waren ook afkerig van technologische
en wetenschappelijke vooruitgang, en daarom [?] Jean Jacques Rousseau wordt door diverse bronnen gerekend tot de Verlichting, maar hij is eigenlijk vooral een Romanticus. In tegenstelling tot Kant was Rousseau een echt gevoelsmens; hij leefde voor zijn hartstochten en was auteur van het boek 'Julie ou la Nouvelle Héloïse', een liefdesroman die gezien wordt als het begin van de Romantiek. Rousseau heeft nog enkele andere romans geschreven, waarin hij onder andere zijn visie over opvoeding (een jongen wordt opgevoed ver van de culturele en bewoonde wereld) en sociale contracten beschrijft. Als antwoord op een prijsvraag, waarin wordt gevraagd of de kunst en de wetenschap de mensheid verbetering heeft gebracht, komt Rousseau voor het eerst met zijn ontkennende antwoordt. Als reactie op de rationaliteit verwerpt hij wetenschap en kunst, om plaats te maken voor een gevoeligheid die alleen een mens die in contact staat met de natuur nog met al zijn passies en hartstochten kan beleven. In zijn 'Discours sur l'origine
et les fondements de l'inégalité parmi les hommes'
werkt hij deze ideeën verder uit, en pleit dat de mensheid de fout
in is gegaan toen iemand voor het eerst een stuk land claimde als zijn
bezit. Dit heeft geleid tot een verregaand materialisme en een vervreemding
van zijn natuurlijke behoeften en gevoelens. Rousseau was een van de
centrale denkers in de Romantische periode en zijn teksten hebben veel
invloed gehad op de romantici. 2. Het Sublieme Het woord subliem komt oorspronkelijk
van het Latijnse 'sublimus', wat verheven betekent. De engelse vertaling
van het woord, 'exalt', heeft ook als betekenis: 'To fill with sublime
emotion'. De term heeft in de loop van de tijd verschillende interpretaties
meegemaakt. Het is onderdeel van de discussie over esthetiek, en de
Engelse wikipedia geeft de volgende definitie: In aesthetics, the sublime is the
quality of transcendent greatness, whether physical, moral, intellectual
or artistic. The term especially references a greatness with which nothing
else can be compared and which is beyond all possibility of calculation,
measurement or imitation. Het Sublieme is onderdeel van een begrippen
reeks, die met name betrekking heeft op de esthetiek. Het wordt vaak
in verband gebracht met schoonheid, al maakte Burke een duidelijk onderscheid
tussen de schoonheid en het sublieme. Wat mij opviel tijdens mijn onderzoek
naar het sublieme, was het religieuze aspect van de gevoelens die het
sublieme losmaakten. Hoewel Burke en Kant er, naar mijn weten, niet
heel veel woorden aan wijden, komt dit vooral in de moderne theorieën
van Nye naar voren. Kant heeft wel veel over religie geschreven in andere
geschriften. De gedachte van de verlichting dat God de regels van de
natuur wel heeft geschapen, maar sindsdien geen invloed meer op ze heeft
uitgeoefend zou hiermee in verband kunnen staan. Kant noemt in zijn
voorbeeld van het het dynamische sublieme God ook als voorbeeld van
een grootse onvoorstelbare kracht. De vergelijking snijd ook zeker hout
als je kijkt naar het sublieme als 'het onnoembare', iets wat voor gelovigen
ook op hun god van toepassing was. Het romantische verlangen naar een radicaal andere en betere wereld, is van meet af aan vermengd geweest met een fundamentele twijfel aan de vervulbaarheid van dit verlangen. Friedrich Schegel typeerde de romantische ervaring als: "eeuwige afwisseling van enthousiasme en ironie". Die ambivalentie is ook zeer aanwezig in de sublieme ervaring, en het is dát wat voor mij het zo fascinerend maakt. De ervaring van de schoonheid van de lelijkheid, de grootsheid en de nietigheid, de angst en bewondering, natuur en techniek (het romantische en het technologische sublieme) en het gevoel en de ratio. Die eeuwige twijfel is ons blijft fascineren en onze gedachten levend houd. De twijfel aan de utopie. De filosoof Schiller schrijft: ?De[..] combinatie van twee tegengestelde gevoelens tot één gevoel bewijst onze morele zelfstandigheid, op onweerlegbare wijze. Aangezien het absoluut onmogelijk is dat eenzelfde iets aan ons verschijnt in twee tegengestelde vormen, volgt daaruit dat wijzelf in twee verschillende relaties staan tot de zaak in kwestie, en dat er dus twee tegenstelde naturen in ons verenigt moeten zijn, naturen die bij de voorstelling daarvan op volkomen tegengestelde manieren reageren. ? Voordat ik begin met de behandeling van het Technologische sublieme, wil ik eerst een geschiedenis geven van de term. David Nye, de voornaamste schrijver over het technologische sublieme leunt vooral op het werk wat Kant heeft verricht op dit gebied, en die werd op zijn beurt weer geïnspireerd door Edmund Burke. De term is echter voor het eerst gebruikt door Longinus, in de Griekse oudheid. 2.1 Longinus Longinus is de vermeende auteur van het werk 'On the Sublime'. Dit is het oudste werk waarin het begrip wordt behandeld, alhoewel Longinus zelf in de inleiding van de tekst refereert naar ene Caecilius. Zijn verhandeling kon echter niet de goedkeuring van Longinus verdienen. Zo schrijft in de inleiding: ?You will remember, my dear Postumius
Terentianus, that when we examined together the treatise of Caecilius
on the Sublime, we found that it fell below the dignity of the whole
subject.? On the Sublime is verschilt in een
belangrijk opzicht van zijn opvolgers. De bron van het sublieme ligt
voor Longinus namelijk in het gevolg van de kunst , en niet in de natuur/omgeving,
zoals bij Kant, Burke en Nye het geval is. Longinus schrijft niet over
beeldende kunsten, maar alleen over literatuur en theater. Longinus
beschouwt het sublieme als een uitdrukking van grote en edele hartstochten
(bijvoorbeeld die welke tot uitdrukking komen in de homerische verzen
of in de grote klassieke tragedies) die van de lezer en de kunstenaar
een sentimentele participatie vraagt. Het sublieme bezielt de lezer
van binnenuit en doet hem in extase geraken. Longinus maakt, geïnspireerd door
Plato, een soort onderscheid tussen lichaam/mens en geest bij het sublieme.
Het kunstwerk zelf, en de technische vaardigheid is het lichaam, en
het sublieme is vergelijkbaar met de geest. Om het sublieme te begrijpen
moeten we empirische feiten verkrijgen van wat er buiten het aardse
bestaan (de schaduwen in de grot); dit is alleen mogelijk via de metafoor.
Vervolgens brengt de illusie van het sublieme ons dichterbij 'het hogere'
en doet ons beseffen dat er meer is dan ons aardse bestaan. "For,
as if instinctively, our soul is uplifted by the true sublime; it takes
a proud flight, and is filled with joy and vaunting, as though it had
itself produced what it has heard." 'On the Sublime' is geschreven in de
1e of 3e eeuw, en er is over de jaren heen onzekerheid ontstaan omtrent
de auteur. Voor het gemak is de naam Longinus wel behouden, maar de
precieze ideniteit van de schrijven blijft een mysterie. Daarnaast zijn
er ook aanwijzingen dat de vertaling van de geschriften niet altijd
even goed is gedaan, waardoor er in de interpretatie fouten mogelijk
zijn. 2.2 Burke Edmund Burke, ook geschaard onder de Verlichting, heeft een, in dit verband, belangrijk werk geschreven, getiteld 'A Philosophical Enquiry into the Origin of Our Ideas of the Sublime and Beautiful'. Verder schreef Burke vooral over politieke kwesties, met als een van de belangrijkste een werk dat kritiek leverde op de Franse Revolutie, een moment in de geschiedenis die veel invloed heeft gehad op alles wat daarna volgde. Burke stond bekend als een conservatief, en heeft geruime tijd in het Britse 'House of Commons' gezeten. Met Burke ontstond er een verschuiving van de kunst naar de natuur. Daar waar Longinus de sublieme ervaring in de literatuur zocht, zoekt Burke het in het (natuurlijke) landschap. Maar wat belangrijker is, is dat Burke onderscheid maakt tussen het Sublieme en het Schone. Burke schrijft daarover in zijn 'On the Sublime and the Beautiful': ?
They are indeed ideas of a very different nature, one being founded
on pain, the other on pleasure; and however they may vary afterwards
from the direct nature of their causes, yet these causes keep up an
eternal distinction between them, a distinction never to be forgotten
by any whose business it is to affect the passions. In the infinite
variety of natural combinations, we must expect to find the qualities
of things the most remote imaginable from each other united in the same
object. We must expect also to find combinations of the same kind in
the works of art. ? Burke definieert Schoonheid als een objectieve hoedanigheid, die door middel van de zintuigen invloed heeft op de menselijke geest. Kenmerken daarvan zijn: verscheidenheid, kleinheid, gladheid, puurheid, en helderheid van kleur, maar ook bevalligheid en elegantie. Het Sublieme daarentegen, impliceert
weidse verten, grofheid en chaos, massa en duisternis. Het ontstaat
wanneer er gevoelens van ontzetting opvlammen, het gedijt in duisternis,
leidt tot machtsdenken en roept een gevoel op van gemis, waar leegte,
eenzaamheid en stilte voorbeelden van zijn. In het Sublieme overheerst
het niet-eindige, de moeilijkheid, het verlangen naar steeds maar groter.
Maar, 'Above all, the actions of the mind are affected by the sublime." Er zijn verschillende gradaties in Burke's sublieme, die een verschillend effect hebben. In zijn mildste vorm voelt de beschouwer bewondering en effect. Een stap verder veranderen deze gevoelens in pijn, angst en paniek. In zijn krachtigst vorm zorgt het sublieme voor verbazing. Voor Burke zijn emoties als pijn en angst sterker en zullen zij eerder een sublieme ervaring geven dan plezier. Een voorwaarde is wel, dat de emoties ondergaan worden vanaf een relatief veilige afstand,?Thus delight might arise from the contemplation of a terrifying situation?natural, artistic or intellectual?that could not actually harm the spectator, except in the imagination?. De verbeelding is in dit opzicht belangrijk.
Burke redeneert dat een kunstenaar, door mysterie op te roepen, duisternis
te creëren en dingen te verbergen de geest een groter gevaar doet vermoeden
dan de kunstenaar ooit zou kunnen creëren. 2.3 Kant De filosoof Immanuel Kant is vooral bekend geworden door zijn drie 'kritieken', over de kennisleer, over ethiek en over het beoordelen van schoonheid. In het laatste werk, Kritik der Urteilskraft, behandeld Kant onder andere het sublieme en de moraal in schoonheid. Kant vond dat de verlichte mens voor
zichzelf moest kunnen denken, zonder afhankelijk te zijn van de mening
van anderen. For this enlightenment, however, nothing is required
but freedom, and indeed the most harmless among all the things to which
this term can properly be applied. It is the freedom to
make public use of one's reason at every point.? Hoewel het idee van de vrijheid om de eigen ratio te gebruiken een typisch idee van de Verlichting is, werd dit idee overgenomen door de Romantici om het belang van individualiteit te onderstrepen. Het 'Ik' werd erg belangrijk in de Romantiek, en dit leidde volgens sommigen tot een verregaand egoïsme. Aan de andere kant keurt Kant het volgen van het hart, de voldoening en de moraal af, en stelt hij voor om , in het verlengde van het verlichtingsdenken, alleen te vertrouwen op de ratio. Alleen dat geeft de zekerheid van een objectief en goed oordeel.
Like many Enlightenment thinkers, he holds our mental faculty of reason
in high esteem; he believes that it is our reason that invests the world
we experience with structure. In his works on aesthetics and teleology,
he argues that it is our faculty of judgment that enables us to have
experience of beauty and grasp those experiences as part of an ordered,
natural world with purpose. Kant is een van de belangrijkste denkers over het Sublieme. Alhoewel het duidelijk is dat hij ideeën heeft overgenomen van Burke, heeft hij een aantal belangrijke aspecten aan de theorie van het Sublieme toegevoegd. Kant onderscheid twee soorten in het Sublieme. Ten eerste is er mathemathische sublieme. Hier gaat het om objecten die onvoorstelbaar zijn, in grootsheid, aantal, uitgestrektheid etc. Daarnaast bestaat er ook nog het dynamische sublieme: dit refereert aan een grote kracht (als in een storm). Ik vraag me af of de vrees voor een god ook in deze categorie zou kunnen behoren. Kant definieert het sublieme iets dat 'absoluut groot' is. Iets kan relatief groot zijn, maar het echte sublieme is indrukwekkend van zichzelf. Nu is natuurlijk alles in de natuur meetbaar. Kant zegt daarop dat meetbaarheid niet alleen puur wiskundig is, maar fundamenteel afhankelijke is van een esthetisch (in de zin van het oneindige) idee van eenheden. Meten is niet alleen een zaak van getallen, maar ook van een idee hoe groot een eenheid is. Er bestaat daardoor een absolute grens van esthetische meetbaarheid waar ons voorstellingsvermogen tekort schiet. Iets wat voorbijgaat aan dat vermogen noemt hij absoluut groot.
De vraag die Kant stelt is, hoe het kan dat deze ervaring ons overweldigt, maar dat er meer dan een gevoel van angst een gevoel van plezier overheerst. Kant verklaart dit met een idee van het sublieme dat verschilt van dat van Burke. ?For Kant both the mathematical and dynamic forms of the sublime are not attributes of objects; they are the results of a dialog in which the distinction between the senses and ego is forcibly manifested. Sublimity, therefore does not resides in anything in any of the things of nature, but only in our own mind, insofar as we may become consious of our superiority over nature within, and thus also over nature without us.?. Deze superioriteit is mogelijk vanwege
de ideeën van de ratio, namelijk het idee van absolute totaliteit of
absolute vrijheid. Als we voor een groot gebouw staan, zijn we tijdelijk
overweldigt, maar daarna overwint de geest als we het in het perspectief
van 'absolute totaliteit' zetten. ?The sublime feeling is therefore
a kind of 'rapid alternation' between the fear of the overwhelming and
the peculiar pleasure of seeing that overwhelming overwhelmed.? Een andere Duitse Filosoof, Schiller, stelt het als volgt:?Wij ervaren dus door het gevoel van het sublieme dat onze geestestoestand zich niet noodzakelijkerwijs richt naar de toestand van zinvolheid, dat de wetten der natuur niet noodzakelijkerwijs ook onze wetten zijn, en dat we in ons een zelfstandig principe bezitten dat onafhankelijk is van alle zedelijke emoties. Dat verheven beginsel heeft een
dubbel karakter. We betrekken het op ons bevattingsvermogen en bezwijken
bij de poging ons een beeld of begrip daarvan te vormen, óf we betrekken
het op onze levenskracht en zien het als een macht waarbij vergeleken
onze eigen kracht in het niets zinkt. Dit genoegen wat we krijgen als onze geest heeft gezegevierd, noemt Kant een 'negatieve lust'. ?Zo is het gevoel van het sublieme nauw verweven met het gevoel van moreel ontzag of respect, dat zowel kan worden opgewekt, schrijft Kant, door de sterrenhemel boven mij als door de morele wet in mijzelf. Dit gevoel van schoonheid is niet meer belangeloos, maar verbonden met een interesse van de rede zelf. Het schone wordt hier symbool voor het morele en wekt in het licht van dat belang behalve gevoelens van ontzag ook gevoelens van lust.? Kant vergelijkt ook ?de oneindigheid van de ruimte die ons bevangt als we 's nachts naar de sterren kijken met de oneindigheid van de morele wetgeving in ons zelf.? "[T}he perceiving mind is forced to fall back. In this falling back, however, it becomes aware that it has in itself the capacity to conceive of what Kant calls the ?supersensible,? the underlying rational, but unapprehendable, order of things shared by the mind and nature alike.? De moraal en het sublieme hangen nauw samen met het begrip van de landschappen van de geest. Het landschap is een weerspiegeling van de moraal van de kijker, die daarmee de sublieme angst overwint. Toch is er veel onenigheid over hoe
de moraal precies in de theorie van het sublieme past. In de bronnen
die ik er op nageslagen heb is er geen eenduidigheid over de precieze
uitleg hiervan. Zijn schrijven versterkt mij wel in de overtuiging dat
het landschap een weerspiegeling is van onze moraal. 3. Landschappen van de geest De Romantici legden het onbehagen,
verlangen, hun angsten en hun vreugde in de landschappen die zij zagen
en creëerden; hun landschappen waren niet alleen natuur, ze waren 'landschappen
van de geest'. De landschappen zeggen veel over de mens die er naar
kijkt, de wereld waarin hij/zij leeft en de tijd. Een van de eerste voorbeelden, waarin
een subliem landschap leidt tot introspectie, is dat van de dichter
Francesco Petrarca. In het jaar 1336, lang voor de Romantici het landschap
van de geest hadden gevonden, beklom Petrarca de berg Ventoux. Tot die
tijd was de reden voor het beklimmen van een berg puur het bereiken
van een bestemming aan de andere zijde van de berg, maar Petrarca doet
het ? louter uit begeerte om zijn bijzondere hoogte nader in ogenschouw
te nemen.? Petrarca doet in een brief verslag van zijn reis, waarin
een verschuiving plaatsvindt van het kijken naar landschap vanaf de
Ventoux naar het kijken naar zichzelf. Terwijl ik met aandacht en verwondering naar dit alles keek en daarbij nu eens dacht aan aardse zaken en dan weer, naar het voorbeeld van mijn lichaam, mijn geest deed opstijgen naar hoger sferen, kwam de gedachte bij mij op het boek ?Belijdenissen? van Augustinus op te slaan [..] Toevallig viel het open bij het tiende boek. [..]
?En de mensen gaan om te bewonderen de hoogten van de bergen en de machtige golven van de zee en de brede stromen van de rivieren en de gang van de oceaan en de omloop van de hemellichamen,
en zij verlaten zichzelf.? [..]Ik was boos op mezelf, omdat ik nog steeds aardse zaken bewonderde, terwijl ik toch allang, zelfs van de filosofen der heidenen, had kunnen leren dat ?niets wonderbaarlijk is behalve de geest, en dat niets groot is vergeleken bij zijn grootheid?. De berg had ik tot tevredenheid gezien. Nu richtte ik mijn inwendige blik op mijzelf, en vanaf dat moment heeft niemand mij nog een woord horen zeggen[..] In zijn reisverslag komen verscheidene
elementen van het sublieme samen. Petrarca klimt in de bergen om zich
te laten overweldigen door het uitgestrekte landschap: ?Eerst stond
ik daar als een verdwaasde, overweldigd door de ongewone atmosfeer en
het onbelemmerde uitzicht.?. Maar dit maakt al snel plaats voor
een vergelijking van zijn tocht met zijn leven. Hij kijkt niet langer
naar een landschap, maar naar zichzelf. De filosoof Fichte, de directe opvolger van Kant, ging zelfs zo ver om te zeggen dat de natuur een product is van de geest, het 'ik'. De filosoof Betrand Russel zegt hierover:?[..]Fichte liet het 'ding als zodanig' los, en belandde zo in een zo extreem subjectivisme dat leek te grenzen aan een grens van waanzin. Hij hield het Ego voor de enige vorm van waarheid [..]'. Nu moet gezegd worden dat hij dit schreef in 1949, en zijn betoog dat dit het Duitse Nationalisme heeft beïnvloed ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kleurt deze opmerkingen enigszins. Desondanks was een andere Duitse Filosoof,
Wilhelm Joseph Schelling, onder de indruk van deze theorie. Toch gaat
Schelling niet zo ver als Fichte, maar combineert de studie van
het 'zichzelf begrijpend bewustzijn' van de natuur, en voegt ook elementen
van de 'transcedentaalfilosofie' toe, oftewel hoe de geest ertoe komt
zichzelf in de natuur voor te stellen. Het Absolute, waar Kant ook over
sprak, verenigt deze twee werelden weer: de geschiedenis van de natuur
en de geschiedenis van de geest. Voor de Romantici zijn deze geschiedenissen
niet alleen een metafoor, maar zijn ze beiden even reëel. 4 Het Technologische Sublieme The Sublime tabs into fundamental
hopes and fears. It is not a social residue, created by economic and
political forces, though both can affect it's meaning. Rather it is
an essentially religious feeling, aroused by the confrontation with
impressive objects. [..] The technological sublime is an integral part
of contemporary consiousness [..] In a physical world that is increasingly
desacralized, the sublime represents a way to reinvest the works of
men with a transcendent significance. Aldus schrijft David Nye, de schrijver
van het boek 'American Technological Sublime'. Hoewel de term 'technological
sublime' niet door hem bedacht is, is hij wel degene die het meest substantiële
werk erover heeft geschreven. In dit boek gaat Nye in op de opkomst
van technologische verwonderen, en beschrijft hoe de wereld deze als
subliem ervaart. Nye neemt als basis de ideeën van Kant en Burke, voornamelijk
die van het mathematische en dynamische sublieme, en past deze toe op
technologisch indrukwekkende, door de mens gemaakte, objecten. Zowel Kant en Burke echter stelden dat objecten die door mensen gemaakt zijn niet geschikt zijn om een Sublieme reactie los te maken. Kant wil hooguit een uitzondering maken voor de Piramides. Burke daarentegen is iets soepeler, en stelt dat architectuur, "whose size and magnificence betray the inordinate labor that went into their creation" wel de mogelijkheid in zich heeft om een sublieme ervaring los te maken in hun beschouwers. Technologie kan dus volgens Kant en
Burke geen sublieme reactie uitlokken; iets wat door een mens gemaakt
is, kan niet het gevoel van vervreemding en onbegrijpelijkheid oproepen
bij een (ander) mens. Mocht dit wel gebeuren, dan komt het omdat het
object een imitatie is van een natuur object en daarmee voorbij gaat
aan het menselijke. Ik moet hierbij opmerken dat Nye professor in 'American Studies' is, en de problematiek ook vanuit dit opzicht benadert. Hij stelt zich niet op als filosoof, maar gebruikt de filosofie van Kant om de Amerikaanse geschiedenis van de technologie en zijn sociale impact een context te geven: ?This history will not trace the
intellectual's sense of an attenuating connection to
the world, nor will it be concerned with the sublime in literature or
the fine arts. Rather, it will trace the continual discovery of new
sources of popular wonder and amazement, from the railroad to the atomic
bomb[..] Such a history requires a different
definition of the sublime, one that treats it less as part of a self-conscious
aesthetic theory than as the cultural practice of certain historical
subjects. [..] [T]he sublime experience still retains a fundamental
structure, regardless of the object that inspires it or the interpretation
that is given tot the experience. ? 4.1 The American Sublime Deze verschuiving in typering van het Sublieme, van een filosofische en esthetische naar een onderzoek naar bronnen van verwondering en ongeloof, is niet alleen het gevolg van een keuze van Nye, maar ook een verschuiving van het publiek, van zowel het geschreven woord als het sublieme object. Gezien zijn achtergrond gaat Nye uit van een Amerikaans sublieme, wat rekening houd met deze veranderingen maar nog wel aspecten erkent van Kant en Burke's sublieme. Nye heeft zijn blik verschoven van
de intellectuele elite en esthetici, die het publiek van Burke en Kant
vormden (Nye noemt dit het 'Europese Sublieme'), naar de 'niet-filosofen',
en heeft gepoogd hun reacties te beschrijven en te duiden in een andere
visie op het sublieme. Een merkwaardig aspect, wat absoluut
geen rol speelde in Kant en Burke's ideeën, is dat van het toerisme.
Een van de eerste voorbeelden, die ik al eerder noemde, hiervan is Petrarca
die een berg beklom om het uitzicht te zien, in plaats van een obstakel
te overwinnen. In het begin ontstaat er een soort kloof tussen de elite,
die met de Europese blik kijken naar sublieme verschijnselen, en de
boeren die op het land werken. Kennelijk moet er eerst afstand geworden
van het land, voordat de sublieme kwaliteiten ervaren kunnen worden. In de loop van tijd neemt het reizen naar bijzonder plekken, zoals de Grand Canyon en de Niagara watervallen, steeds meer toe. In een boek, waarin verschillende reacties van toeschouwers genoteerd zijn verschillend de reacties van onverschilligheid tot religieuze ervaringen. Veel Amerikanen ervaren het sublieme als een teken van God, en door het ervaren van het absolute in het sublieme voelen zij zich nader tot hun god. ?A man from Philadelphia declared the Niagara the ?Eternal-prototype of God!? and concluded with ?thou hast been/To me a lesson deep and ineffectable / And I leave this spot, I trust, a better man. [..] What mind is not enlarged, what soul not filled with ennobling emotions by the contemplation of such wonders?. Nye beschrijft ook de verschillen tussen
de beleving van een Amerikaanse stedeling en Edmund Burke tijdens een
vloed. Beiden erkennen het sublieme van deze gebeurtenis, maar daar
waar Burke's ervaring een individuele is, is die van de Amerikaan meer
een groepservaring en een religieuze. Doordat steeds meer mensen op deze
manier naar het landschap kijken worden de Amerikanen een soort toeristen
in hun eigen land. Net als de romantici was ook bij de Amerikanen een
nationalistische tendens te herkennen, die zich richtte op het landschap
als culturele identiteit. Bij gebrek aan een koningshuis, een rijke
geschiedenis maar wel een sterke drang naar het zoeken van een eigen
identiteit, vind men die uiteindelijk in hun landschappen. Op hun eigen
manier bezielen zij hun omgeving met een identiteit, en zo worden ze
landschappen van de geest, van en voor het Amerikaanse volk. Toch kon deze ontdekking van het sublieme
in het Amerikaanse landschap niet verhelpen dat de natuur ondergeschikt
zou worden gemaakt aan de mens. Geen romantische wildernissen maar gesegmenteerde
agrarische gebieden, het democatische landschap van wegen. ?The
sublime was inseparable from a peculiar double action of the imagination
by wich the land was appropriated as symbol of the nation while, at
the same time, it was being transformed into a man-made landscape.? Langzamerhand kwamen ook de eerste sublieme menselijke creaties. In 1830 werd het Eerie kanaal geopend. Een belangrijk aspect van dit kanaal, was dat het op politiek val een groot gebied met elkaar verbond. Dit kanaal was door mensenhanden gegraven en zijn aquaducten trotseerden de natuurlijke elementen: Het werd het eerste technologische project wat door het hele land werd gevierd en geëerd. President Andrew Jackson verwoordde die mentaliteit als volgt:"What good man would prefer a country covered with forests and ranged by a few thousand savages to our extensive Republic, studded with cities, towns and prosperous farms, embellished with all the improvements wich art can devise or industry execute.? Het Amerikaanse sublieme was niet langer
een filosofisch, maar een praktisch idee geworden. Waar Kant nog had
betoogt dat een subliem object de mens bewust maakte van zijn menselijke
moraal, veranderde het Amerikaanse sublieme de individuele ervaring
van overmacht en ontzag in een geloof in de grootsheid van het land. 4.2 Het Dynamische Sublieme van
de machine Satanstrein Een mooi en verschrikkelijk monster rukt zich los, snelt over oceanen, snelt over het land; blikkerend en rokend als een vulkaan bestormt het bergen en verslindt het vlakten; het vliegt over bergen en verbergt zich plots in onbekende grotten lands diepliggende paden; en komt weer te voorschijn, ongetemd en van kust tot kust weerklinkt zijn schreeuw als van een wervelwind, Als een wervelwind verspreidt hij zijn adem. Daar passeert, o volkeren, de grote Satan [...] Dit gedicht, geschreven door de Italiaanse dichter Giosue Carducci geeft goed de dualiteit weer van de reacties naar aanleiding van de introductie van de spoorweg. Vooral in Europa was men zeer sceptisch ten opzichte van deze nieuwe techniek. De Amerikanen accepteerden de machine sneller, al bestond er in het begin wel verwarring over wat deze nieuwe techniek nu precies inhield. Een goed voorbeeld daarvan is de opening
van de spoorweg in Baltimore, terwijl er nog nergens rails te bekennen
was. Er werd een hoeksteen gelegd, en die werd overgoten met wijn. De
Amerikanen vierden een idee, terwijl ze er nog geen weet van hadden
wat er daadwerkelijk ging gebeuren. Ironisch genoeg is de daadwerkelijke
spoorweg van Baltimore nimmer in de buurt van deze hoeksteen gekomen. De eerste spoorweg werd bereden door wagens met paarden ervoor, en daarom was er van enige significante impact nog geen sprake. Door de geringe weerstand konden reizen sneller gemaakt worden, maar het doorslaande succes wat verwacht werd bleef uit, en de hoge kosten om daadwerkelijk verschillende gebieden met elkaar te verbinden, zoals met het Eerie kanaal was gebeurd, zorgden ervoor dat het nog geen doorslaand succes was. Dit keerde pas om toen de toeristen
de trein ontdekten. Niet zozeer om sneller op een bepaalde bestemming
te komen, maar puur om te ervaren hoe het was om over een spoor te reizen,
net zoals Petrarca de berg beklom om het landschap te zien. Vooral toen
de eerste stoomtrein in Amerika, de 'Best Friend', werd geïntroduceerd
en de snelheid van het reizen voor die tijd ongekend was en de ervaring
van snelheid intenser werd. Het gevolg van het rijden met deze
nieuwe snelheid is, dat het landschap er heel anders uit begon te zien.
De langzame blik, gezien vanaf een paard en wagen maakte plaats voor
het voorbij glijdende landschap. Het oog was deze snelheid nog niet
gewend; objecten schoten voorbij in een flits en het oog moest leren
focussen op een punt in de verte. ?Ralph Waldo Emerson expressed
the passenger's excitement at seeing the world defamiliarized by speed:
"What new thoughts are suggested by seeing a face of country quite
familiar in the rapid movement of the railroad car." In Europa was men sceptischer over
dit technische wonder. Er waren veel protesten van mensen die vreesden
dat dit wonder vooral voorspoed en aanzien zou brengen voor de rijkere
burgers en het verschil alleen maar groter zou maken. In hun reacties
waren de Engelsen eerder geneigd de trein te zien als satanische monsters,
zoals ook Carducci deed. Umberto Eco verklaart deze dualiteit met het
feit dat de Europeanen op zich wel het mooie zagen in de machine, maar
dat mensen vooral onrustig werden van de open en bloot getoonde techniek,
de raderwerken die vooral angst opriepen. Hij noemt als voorbeeld de
dichters uit de Barok, die het hebben over ?afschuwelijke, scherpe
tandraderen die de dagen uiteenrukken en de uren verscheuren, terwijl
het stromen van het zand in de zandloper wordt gezien als een constant
bloeden waarbij ons leven uiteenvalt in stofdeeltjes.? Dit terwijl de Amerikanen probeerden de technologie te verenigen met de natuur. Dit kwam onder andere, omdat de Amerikanen hun sublieme natuur leerden waarderen op hetzelfde moment dat de industrialisatie opkwam. Daardoor ontstond er een soort 'verwarring' tussen het natuurlijke en het technologische sublieme. ?The machine-whether locomotive, steamboat, or telegraph- was considered to be part of a sublime landscape, and at first it was concluded in pastoral paintings as a harmonious part.? [..] railway scenery was a mixture of the natural and man-made sublime. As this notion became widespread, engineering projects took increasingly prominent places in landscape paintings and became featured parts of tourism.? John Stilgoe, auteur van 'Metropolitan
Corridor: Railroads and the American Scene schreef ook': ?the train,
and particularly the fast express, struck few observers as a monstrous
machine soiling a virginal garden. Instead it seemed a powerful romantic
creature inhabiting an environment created especially for it.? Toch leek de industrialisatie en de introductie van de stoomtrein niet voor iedereen een natuurlijk proces. Langzaam kwamen er ook berichten van boeren en arbeiders die plotseling opgeschrikt werden door een voorbij rijdende trein. Hier kwam voor het eerst een belangrijke scheiding tussen de onwetenden en zij, die wisten dat ze naar een spoorweg keken en het sublieme zagen in de machine, die door mensenhanden bestuurd werd. Deze machine was een voorbeeld van het dynamische sublieme, die een kracht in zich had die geen natuurlijk schepsel kon evenaren, maar die getemd werd door een menselijke geest. Maar wel alleen de geesten van degenen die konden begrijpen waar ze naar keken. Dit wordt ook duidelijk gemaakt door
hoe men keek naar de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse landschap.
In de verhalen van de eerste treinreizigers worden de 'inboorlingen'
vaak gebruikt om aan te geven hoever de blanke mens is gekomen in vergelijking
met hen. Hoewel de inboorlingen een angst voor het onbekende zouden
kunnen bezitten, bezaten zij volgens de blanke reizigers geen
mogelijkheid om daarna boven die angst uit te stijgen en waren ze esthetisch
blind. Dit staat haaks op het idee van het sublieme als een fenomeen
wat een universele moraal in de mens zou kunnen aanspreken. Kant noemt alleen natuurlijke krachten, als hij spreekt over het dynamische sublieme. Hij zegt hierover: "a power of resistance of an enterily different kind, wich gives us courage to measure ourselves against the apparent omnipotence of nature.? Nye betoogt dat deze stelling ook van toepassing is het op het technisch dynamische sublieme: ?What better way to measure oneself against nature that trough great works of manufacturing and engineering. [..] In de dynamic technological sublime focused on the triumph of machines -particularly the railroad, but also the telegraph and the steamboat- over space and time.? Het feit dat een door de mens gemaakt product als subliem werd ervaren veranderde radicaal het psychologische proces van de sublieme ervaring. Waar in het sublieme van Kant de menselijke rede tussenbeide kwam en overwon waar de verbeelding tekort schoot, krijgt de rede in het technologische sublieme een nieuwe betekenis. Het sublieme object zélf is de manifestatie van de rede. De onvoorstelbare krachten van het dynamische sublieme kwamen nu vanuit de mens in plaats van de natuur: ?the ?dialog was now not between man and nature, but between man and man-made.? Dit dynamische sublieme was geen kracht van God of van de natuur, maar van een kleine elite mensen. Thomas Weiskel schreef over het sublieme:?there can be no sublime moment without the implicit, dialectial endorsement of human limitations.?. Het technologische sublieme doet het tegenovergestelde, het laat juist zien dat bepaalde mensen boven die grenzen kunnen uitstijgen.?By implication, this form of the sublime undermines all notions of limitation, instead presupposing the ability to innovate continually and transform the world?. Daarmee ontstaat er een scheiding tussen de mensen die deze kracht mogelijk maakten en begrepen en zij die deze kracht nog niet konden bevatten en bedienen. Ook het landschap veranderde met de introductie van het technologische sublieme. De technici werden de scheppers van nieuwe ervaringen. In plaats van te zoeken naar fundamentele relaties tussen de mens en de natuur, werd de natuur overrompelt door de rede van een selecte groep mensen. This marginalization [van de agrariërs]
was apparent in the landscape, wich was no longer dominated by the abstract
geometry of the Nation Survey ? transportation lines had rashaped the
contours of the land and created new nodal points. [..] At every level
the technological sublime displaces agrarianism. Met de introductie van nieuwe machines worden begrippen als ruimte en tijd relatief steeds kleiner. Afstanden lijken niet meer onoverbrugbaar waardoor de mobiliteit ook toeneemt. Dit geld niet alleen voor de fysieke ruimte, maar ook voor ideeën over het sublieme. In tegenstelling tot sublieme natuur, wat schijnbaar eeuwig subliem zal blijven, is het technologisch sublieme een vluchtig verschijnsel. Wat het ene moment als sublieme ervaren wordt, is op een ander moment reeds ingehaald door een volgende grotere kracht. ?The technological sublime proposes the idea of reason in constant evolution.? Dit vluchtige aspect van het technologische sublieme, waarin de toekomst een grotere rol speelt dan het heden en verleden, heeft ook een keerzijde. ?few who rode the railroad concerned themselvess with the human cost of building it, or inquired deeply into the social effects of railroads beyond their immediate promise of prosperity and speed.? Het overweldigende effect van het dynamische sublieme zorgde ervoor dat mensen de gevolgen ervan uit het oog verloren. Het is gemakkelijk om je te verliezen in het sublieme. Hoewel er een kleine verschuiving was van de sublieme als puur individuele ervaring naar een collectieve ervaring, was het nog steeds een egocentrische ervaring als groep. ?Travelers learned to focus on
the immediate experience of seeing the mechanical perfection and the
power of the locomotives. [..] These dislocations of sensibility, in
turn, became talismanic moments of the dynamic sublime, distilling the
railroad's meaning.(a similar process recurred in the later response
to the automobile, the airplane, and the rocket)?. Religie had nog wel een plaats in de opkomst van de technologie. Hoewel men het ontzag voor God nu had gericht op de scheppende krachten van ingenieurs en technici, zagen velen de machines als een verlengde van God's creatie. In de Europese verlichtingsperiode was het de schrijver Jacques-Benigne Bossuet, die hier een verklaring voor had. Zoals al eerder vermeld deed de ontdekking van de natuurwetten de mensen geloven dat God natuurlijke orde en wetten had geschapen, die door de natuur werden nageleefd. De mens, als vertegenwoordigers van God, hadden dus ook de macht gekregen om te creëren en gebruik te maken van de natuurlijke bronnen en wetten. Toch waren deze creaties een verlengde
van God's wil. Zo werd bij de opening van een treinstation gesproken:
?[..] In a moral and religious point of view, as well as social and
commercial, to me there is something interesting solemn, and grand in
the opening of the great thouroughfare. There is a sublimity about it,
indicating not only march of mind and a higher type of society, but
the evolution of divine purposes, infinite, eternal-connecting social
revolutions with the progress of Christianity and the coming reign of
Christ.? Toch werd het dynamische sublieme langzaam een product
van de mens, zonder geestelijke bijstand. Al met al heeft het technologische
sublieme een belangrijke impact gehad op het landschap. De treinrails
liet tegelijkertijd zien hoe uitgestrekt het land was, maar maakte het
ook mogelijk deze grote afstand binnen steeds kortere tijd te overbruggen.
Daar waar in Europa de rails grote steden met elkaar verbond, gaf het
in Amerika aanleiding voor het bouwen van nieuwe grote steden. Daar
waar vroeger grote steden ontstonden langs groter rivieren, maakten
deze nieuwe 'ijzeren rivieren' de mens onafhankelijk van natuurlijke
bronnen. Hoewel het natuurlijke sublieme zijn glans niet zou verliezen,
werd het technologische een belangrijk onderdeel van het landschap,
hoe mensen er naar keken en hoe mensen er mee omgingen. De revolutie
van de menselijke ratio was terug te zien in het sublieme landschap.
[T]he geometry of new cities juxtaposed with the panoramic vista of
mountains; man dwarfed by the monuments of nature, while technology
stands triumphant in the wilderness. 4.3 Het Geometrische sublieme Daar waar het dynamische de overwinning op ruimte en tijd betekende, met het geometrische sublieme overwon de mens natuurlijke obstakels en krachten. Deze nieuwe vorm van het mathematische sublieme zorgden voor een groots door mensenhanden geconstrueerd panorama, met gebouwen zo hoog als bergen en bruggen die het water trotseerden. Whereas the dynamic form of the
technological sublime had emphasized the movement of information over
wires and railways across the natural landscape, transforming it into
a mere backdrop, the geometrical sublime was static and appeared to
dominate nature trough elegant design and sheer bulk. It found expression
first in bridges and soon afterward in skyscrapers. All these structures
expressed the triumph of reason in concrete form, proving that
the world was becoming, in Emerson's words, "a realized will?. In grote steden ontstond in de late 19e eeuw een nieuwe trend, om de hoogte in de te bouwen. Niet omdat er een plaatsgebrek was (zeker in die tijd was er nog ruimte genoeg), of omdat het goedkoper was (integendeel zelfs, hoogbouw was zeker in het begin nog duurder). De reden van deze plotselinge hoogbouw moet gezocht worden in de opkomst van de techniek die het mogelijk maakte om zo hoog te bouwen, maar vooral om indruk te maken. Natuurlijk bestaat dit idee al sinds de inwoners van Babel een hoge toren wilden bouwen om als baken te dienen voor reizigers en dichterbij God te komen. Dit laatste zal waarschijnlijk geen rol gespeeld hebben bij het besluit om wolkenkrabbers te bouwen, maar het is niet toevallig dat de christenen hun godheid in de hemelen lieten resideren. Alles wat groter is dan de mens zelf oefent als vanzelf een zeker ontzag en respect in. Dat de ingenieurs en architecten van
de wolkenkrabbers veel gemeen hebben met de inwoners van Babel, blijkt
uit de teksten die zij geschreven hebben. Architect John. A. Roebling,
die bezig was met een boek getiteld 'the harmonies of creation' wat
hij nooit heeft afgemaakt, beweerde hierin dat de mens de metafysische
periode verliet en op weg was naar een tijd waarin de waarheid gezocht
moest worden in pragmatisme. De mens zou door middel van technologische
innovatie een nieuw 'technologisch Eden' kunnen scheppen. Een belangrijk gevolg van het bouwen van wolkenkrabbers was het ontstaan van een skyline. Dit effect was onvoorzien, maar hoewel niet iedereen gecharmeerd was van individuele gebouwen, was de som der delen des te indrukwekkender. ?We can imagine quartes and avenues in New York in wich a uniform row of skyscrapers might be not merely inoffensive but sublime?. De steden kregen een volledige kunstmatige horizon die niet zou onderdoen voor bergen, watervallen of kloven. Schrijver Arnold Bennet vond dat ?a great deal of the poetry of New York is due to the skyscraper, [..] in the skyscraper there is a deeper romanticism than that wich disengaged itself from them externally.? Langzaam maar zeker ontstond er een
tweede manier van kijken. Eerst de wolkenkrabbers gebouwd als enorme
reclameborden voor met name kranten om prestige te krijgen en keken
mensen naar flats vanaf beneden. Na verloop van tijd werd ook het uitzicht
vanuit een wolkenkrabber van invloed. Als een modern panopticum kon
de zakenman vanaf zijn bureau zich verheven voelen boven het 'volk'
en zich manifesteren als iemand die de touwtjes van de economie in handen
heeft. Dit beeld werd gebruikt in advertenties, waarin een directeur,
als een kapitein van de commercie, als silhouet uitkeek over de stad
vanuit zijn 'kasteel'.?If the skyline suggested the creation of
an artificial nature, the olympian gaze from atop a pinnacle of commerce
suggested subjugation as the obverse side of mastery.? Ook met deze vorm van het sublieme demonstreerde de rede weer zijn macht over de natuur. Vanuit de hoogte gezien leek alles vergelen met de mens nietig, zelfs andere mensen die deze luxe niet hadden. ?[..] using a new technology, Americans defamiliarized a know landscape and infested it with new meanings.? Het geometrische sublieme werd dé manier om de stad te zien en te begrijpen. De wolkenkrabber was een subliem object geworden. Niet alleen het gebouw zelf, maar ook de constructie van de gebouwen was een sublieme gebeurtenis geworden. De New York Times publiceerde tijdens de bouw van de Empire state building een reeks getallen die de mensen een beeld moest geven van de grootte van dit enorme bouwwerk. Zulke getallenreeksen waren van een andere orde, waar mensen zich nauwelijks een voorstelling van konden maken en in plaats van een duidelijk beeld te scheppen droegen ze juist bij aan het mysterie van de wolkenkrabber. De wolkenkrabber is een icoon geworden,
als onderdeel van de skyline, zowel als symbool van de commercie en
de macht en als technologische vooruitstrevendheid. Vanuit de hoge torens
was het uitzicht een overweldigende ervaring, en vanaf beneden gekeken
was de toren zelf een object van het sublieme. 4.4 De Fabriek, het Industriële
Sublieme William Wordsworth
? The Excursion Meanwhile, at social Industry's command How quick, how vast an increase. From the germ Of some poor hamlet, rapidly produced Here a huge town, continuous and compact Hiding the face of earth for leagues - and there, Where not a habitation stood before, > Abodes of men irregularly massed Like trees in forests, - spread through spacious tracts. O'er which the smoke of unremitting fires Hangs permanent, and plentiful as wreaths Of vapour glittering in the morning sun. And, wheresoe'er the traveller turns his steps He sees the barren wilderness erased, Or disappearing; triumph that proclaims How much the mild Directress of the plough Owes to alliance with these new-born arts! - Hence is the wide sea peopled, - hence the shores Of Britain are resorted to by ships Freighted from every climate of the world With the world's choicest produce. Hence that sum Of keels that rest within her crowded ports Or ride at anchor in her sounds and bays; That animating spectacle of sails That, through her inland regions, to and fro Pass with the respirations of the tide, Perpetual, multitudinous! . . . . . . I grieve, when on the darker side Of this great change I look; and there behold Such outrage done to nature as compels The indignant power to justify herself; Yea, to avenge her violated rights. For England's bane. De ontwikkeling van de industrie kan
worden onderverdeeld in 3 perioden, die van water, stoom en elektriciteit.
De verschillende fasen hebben met verschillende elementen van het sublieme
te maken. De fabrieken die werkten op waterkracht waren subliem om hun
grote productiecapaciteit en geavanceerde technologie, maar ze leken
een bijna natuurlijk onderdeel van het landschap. De daarop volgende
stap, de stoommachines werden juist subliem gevonden omdat ze juist
zo onnatuurlijk waren en het leek alsof ze geen notie hadden van de
natuur waarin ze zich bevonden. Met de komst van de elektriciteit konden
de fabrieksgebouwen met een enorme snelheid uitbreiden en was het hun
aantal en schaal die indruk maakten. In Europa was de volgorde iets anders,
aangezien er al in 1780 op grote schaal stoommachines werden gebruikt,
terwijl in Amerika dit pas omstreeks 1840 gebeurde. Deze sublieme bouwwerken
werden zo bijzonder gevonden dat mensen zelfs naar de fabrieken reisden
om deze wonderen te aanschouwen. ?the noise of forges, mills, with
all their vast machinery the flames bursting from the furnaces with
the burning of coal and the smoke of the lime kilns, are altogether
sublime.' Er is nog een verschil tussen Amerika en Europa wat betreft
de fabrieken. In Engeland was men afhankelijk van de energie van de
stoommachine, waardoor het nodig was om fabrieken te bouwen in de steden,
zodat er een industrieel landschap ontstond, daar waar in Amerika, die
vooral hun energie uit stromend water haalden, op het platteland gebouwd
werden en er dorpjes omheen gebouwd werden. Zo ontstonden er met
de industrialisatie twee verschillende soorten landschappen. Hoe indrukwekkend de buitenkant van
de enorme fabrieken ook waren, de meeste aandacht ging toch naar de
indrukwekkende machines binnenin. De mensen waren al wel enigszins gewend
geraakt aan het zien van een machine, maar de meeste mensen hadden nog
nooit meer dan twee apparaten bijelkaar gezien. In de fabrieken waren
rijen en rijen machines te zien, allemaal via ingenieus kabelwerk met
elkaar verbonden. Aan de machine werkten nog eens evenzoveel arbeiders,
jong en oud, aan een ongekend hoge produktie. De fabriek combineerde
het mathematische en geometrische sublieme tot een indrukwekkend geheel. Het sublieme van de fabriek maakte bezoekers blind voor de andere gevolgen van deze nieuwe ontwikkelingen. Voor de mensen die er werkten waren de eerste dagen een indrukwekkende ervaring, maar daarna begon het werken in de fabrieken op den duur zijn tol te eisen. In het begin probeerden de directeuren via publicaties een positief beeld naar voren te brengen, zoals het voorbeeld van een klein meisje dat schrijft:?Who can closely examine all the movements of the complicated, curious machinery, and not be led tot he reflection that the mind is boundless, and is destined to rise higher and still higher; and that it can accomplish almost anything on wich it fixes its attention? Hoewel dit beeld aansluit bij het geloof dat de nieuwe machines morele vooruitgang brengen, was de waarheid dat veel kinderen 13 uur per dag werkten. Hoewel ze in het begin het werken in fabrieken zagen als een tijdelijk baantje, bleek dit in de jaren erna toch permanenter te zijn dan ze hadden gehoopt. Er ontstonden steeds grotere verschillen tussen de 'working class' en de 'middle en upper class'. Een trend die sinds al sinds het begin van het technologische sublieme had ingezet, werd hier op een andere manier weer duidelijk gemaakt; de technologie maakte verschillen tussen hen in controle over de machines en zij die dat niet hadden en die verschillen werden steeds groter. De fabrieken waren vooral een plek
gemaakt voor en door machines. De mensen kregen steeds minder plaats
in het geheel door de komst van steeds efficiëntere machines. Deze
ontwikkeling inspireerde de werknemers om zich te verenigen in vakbonden
die probeerden hun banen te behouden, een conflict wat nog wel eens
uitmondde in gewelddadigheden. Ondanks de protesten en problemen bleef
men toch geloven in de technologische vooruitgang als een morele vooruitgang.
Zij zag de machine als een bijna levend wezen en bezielden het door
hun beschrijvingen, ?... their descriptions frequently became incipient
narratives in which, like some mythological creature, the [..] engine
was endowed with life and all its movements constructed as gestures.?
Deze beschrijving van de machine als levend wezen negeert bijna het
feit dat een machine mensen nodig heeft om hem op gang te houden en
te onderhouden. Het landschap begon met de komst van de stoommachine in de fabrieken te veranderen van een natuurlijk landschap naar een industrieel landschap. De meningen over deze ontwikkeling waren verdeeld. Aan de ene kant waren er schrijvers, zoals Wordsworth die spraken van een verminking van het landschap:?The banks [..] are preempted on one side by the railroad, on the other by unsightly stretches of mill yards. Gray plumes of smoke hang heavily from the stacks of the long, low mill buildings, and noise and effort dominating what once were quiet lands.?
Het industriële sublieme combineerde
de abstractie van het door mensenhanden gemaakte landschap met het dynamische
sublieme van krachtige, grootse motoren. Het maakte zowel angst als
verwondering los bij de beschouwer. Angst, vanwege de enorme grootte
en uitgestrektheid van de complexen, gecombineerd met het immense lawaai
en de enorme krachten die aan het werk waren. Maar tegelijkertijd oogstte
het industriële landschap ook bewondering, voor de macht van de economie
en de intelligentie van de ingenieurs en technici. De mens was in staat
een werk te maken wat zowel qua grootte en uitstraling als qua kracht
veruit zijn eigen kunnen voorbij ging. In een biografie over Henry Ford, die een revolutie in het productieproces teweegbracht met zijn assemblage technieken, schrijft de auteur:?..we looked trough blue glasses and saw typhoons of flame leaping white against the brick wall. Niagaras of thumbling, turbulent, tumultou white waters of flame and fire, awe-inspiring, soul-subduing romance! Romance! Romance of Power! De kracht van de machines deed herinneren aan de natuurkrachten van weleer, maar deze romantiek was van een heel andere orde. In James Oppenheim's 'the Olympian'
rijd iemand per trein door Pittsburg en ziet ?[a] sublime spectacle
of window lit mills at the riverside[..]. Against that burning a lonesome
one armed telegraph post was silhouetted, a voice in the darkness, passing.?
De nacht is ook volgens Burke het beste moment voor een sublieme ervaring.
Kant noemde de nacht een voorbeeld van het dynamische sublieme, en dat
versterkt met het theatrale licht en lawaai van de fabriek levert een
intense sublieme ervaring op. Na de stoommachine deed de elektriciteit
zijn intrede en daarmee ook de elektriciteitscentrale. In vergelijking
met de fabrieken uit het stoomtijdperk waren de elektriciteitscentrales
veel schoner en stiller en leken meer op de oude fabrieken aan het water,
die veel meer een onderdeel dan een antithese van het natuurlijke landschap
vormden. Toch was hun enorme schaal en hun potentie om de maatschappij
te veranderen imposanter dan alles wat er vooraf ging. De elektriciteitscentrales
werden een nieuw symbool van moderniteit en vooruitgang. ?These
powerhouses, in their almost smokeless chimneys, tiny work forces and
brick and concrete walls objectified the futuristic electrical force
created within their walls?.Er werden zelfs rondleidingen georganiseerd
door het gebouw heen, en Henry Ford was zo trots zijn fabriek dat hij
een glazen muur maakte, zodat mensen naar binnen konden kijken, en wat
zij daar voelden was? [..] a feeling of grandeur and of poetry
and of beauty in the orderly assembly of this modern, efficient and
economical equipment.? ?.. a few collossal machines that seemed to be revolving and oscillating about their business with the fatalism of conquered and resigned leviathians, [..] shaking and roaring with the thunder of it's own vitality, this hall in wich no common voice could make itself heard produced nevertheless an effect of magical stillness, silence and solitude... It was a hall enchanted and inexplicable.? Deze toeschouwer, Arnold Bennet, kwam
als toerist naar de elektriciteitscentrale, en werd betoverd door de
magie van het technologische sublieme. Het is interessant om te zien
dat hij de machine beschrijft met referentie aan de donder, een onderdeel
van het dynamische sublieme van kant, gecombineerd met een referentie
naar de 'leviathans'. De Leviathan is een bijbelse referentie, een zeeslang
uit de mythologie van Kanaän. Daarnaast is het ook de titel van een
boek van Thomas Hobbes, waarin hij de leviathan beschrijft ?om de
staat mee aan te duiden die hij in zijn hoofdwerk (die deze zelfde naam
draagt) ook wel benoemt als "sterfelijke God" of "kunstmatige
mens".? Het is sprekend dat hij om zijn ervaring
van de confrontatie met deze machines te beschrijven voorbeelden haalt
uit het natuurlijke sublieme en de godsdienst en dit koppelt aan een
ervaring van het technologische sublieme. In zijn beschrijving noemt Bennet nog een interessant aspect van deze elektriciteitscentrale in New York. ?I understood nothing of it. But I understood that half of the electricity of New York was being generated by its engines of a hundred and fifty thousand horsepower, and that if the spell were lifted the elevators of New York would be immediately paralyzed, and the twenty million lights expire beneath the eyes of a startled population.? Voor iemand die zo'n machine niet begrijpt moet dit op toverij lijken, ook al begrijpt hij heel goed dat het menselijk vernuft hier aan het werk is in plaats van een bovennatuurlijke kracht. Maar het is een menselijk vernuft waar hij zelf geen deel aan heeft, en daarvoor is het voor hem evenzogoed een onvoorstelbaar gebeuren met onvoorstelbare consequenties. Toch is er ook een zekere duidelijkheid aan de machine, want hij kent maar twee opties; aan of uit. Als de betovering verbroken wordt gaat de vooruitgang dan ook onverbiddelijk uit. Toch bestond er maar bij een relatieve
minderheid van de mensen een angst dat zo'n tragedie daadwerkelijk zou
plaatsvinden. Elektriciteitscentrales en fabrieken waren belangrijke
pijlers in het geloof van de vooruitgang van de mens door middel van
de techniek. Langzamerhand begonnen mensen te wennen aan de gemakken
van de technologie en er was dan ook geen weg meer terug. Het elektronische
landschap was het nieuwe uitzicht voor de moderne maatschappij. 4.5 Het Elektrische Sublieme Luciano Folgore, Elektriciteit
(1912) Krachtmachines, werktuigen, gestuurd door deze wil, zware treinen die gulzig ruimte, tijd en snelheid verslinden. Oh, armen van Elektriciteit die zich overal uitstrekken, het leven vastgrijpen, het transformeren, het met snelle elementen omvormen. Oh, machtige tandraderen, heerlijke kinderen van de Elektriciteit die de droom ven de materie vermalen, ik hoor uit alle fabrieken, uit alle werven, jullie snerpende tonen toesnellen, met de hymne van de zware wagons door de van klanken denderende straten, en op goddelijke wijze de wil verheerlijken die elk wonder kan verrichten: de vrije Elektriciteit Elektriciteit werd steeds belangrijker in het technologische landschap. De elektriciteit zelf was niet zichtbaar, maar het elektrische licht werd een krachtige visuele representatie van dit fenomeen. Vooral de verlichting in de nacht was een vaststelling van het feit dat de mens zelfs het natuurlijk licht de baas was. Elektrische verlichting veranderde de stad in een mensgemaakt theater, waarin de machine en wolkenkrabber een hoofdrol speelde. Het kleine beetje natuur wat mocht blijven werd georganiseerd en zorgvuldig in toom gehouden. Het landschap was een kunstmatige menselijke natuur geworden. ?Dramatic lighting made possible the revisualization of landscapes, filling them with new meanings and possibilities. It took the technological sublime in a new direction [..].? Burke had in zijn schrijven verwacht
dat licht maar in een kleine mate een element was van architectuur,
maar het elektronische sublieme produceerde een kunstmatige ervaring
die de nacht deed verbleken. Kant's sublieme deed het individu verwonderen
over de grootsheid van zichzelf ten opzichte van de natuur, het technologische
sublieme prees de overwinning van de rationele mens over de natuur.?The
Electrical sublime represented a third kind of experience, as it dissolved
the distinction between natural and artificial sites. In blurring or
even erasing this line, it created a synthetic environment infused with
mystery.? Het eigenlijke verlichten van de stad
bleek in het begin nog niet zo'n eenheid te vormen. Daar waar eerst
de torens van de hoge wolkenkrabbers streden om de belangstelling en
daarmee onbedoeld een skyline creërden die, hoewel indrukwekkend ook
zorgden voor problemen, deed hetzelfde zich ook voor met de komst van
de elektrische verlichting. Om maar de aandacht van de mensen op zich
te vestigen werden er steeds exorbitantere en felle lichtreclames gebruikt
om hun koopwaar aan te prijzen. Toch was het eindresultaat, net als
de skyline, een fascinerend schouwspel van lichten, zoals iedereen die
door Times Square in New York loopt kan bevestigen. Dit sublieme was
onbedoeld, maar vertelde evenzogoed iets over de mensen die op die plek
leefden. De eerste elektrische verlichting wist in ieder geval de aandacht te trekken van het publiek. Dit kwam voornamelijk omdat het elektrische licht heel onnatuurlijk leek, omdat voor het eerst licht van vuur gescheiden werd. In al de tijd die aan het elektrische licht vooraf ging werd licht vaak geassocieerd met brand, hitte en gevaar. De straatlantaarn maakte langzaam zijn opmars in de straten en transformeerde het stadslandschap in een theatrale ervaring. ?The electrical sign was
only the most eye-catching display in a new landscape that we now
regard as ?natural?. Large signs of the sort found on Broadway were
but the most obvious part ? indeed in most cities the final stage-
of a much larger transformation. [C]ollectively they reshaped the landscape
of the night.? De commercie speelde een steeds grotere rol in het sublieme, en vooral bij het elektrische sublieme. ?The electrified landscape was literally the product of capitalism..?. Bedrijven bedachten steeds extravagantere manieren om de via het licht hun boodschappen te verkopen, en ze voegden een nieuwe dimensie toe aan het geometrische sublieme van de wolkenkrabbers. Van zichzelf waren ze al een symbool van commercie geworden, maar met de komst van de elektrische verlichting werd dit toch eens versterkt. Ook de toename in mogelijkheden van
het dynamische sublieme waren van invloed op de lichtreclame. Naarmate
de snelheden van de vervoermiddelen toenamen moesten de grootte van
de lichtreclames ook aangepast worden om het op grote snelheid nog leesbaar
te maken. ?It seems as if the signs might eventually hide the city.
That would not be so bad if something then could be done about the signs,?
zo sprak een van de tegenstanders van deze ontwikkeling. Het elektrische sublieme gaf de mogelijkheid om het positieve te benadrukken en het negatieve te vergeten. Het creëerde een fantasiewereld vol felle kleuren en verwondering en het hield de ogen gericht op de commerciële sectoren en deed mensen vergeten dat er ook nog arme gedeelten in de stad waren. ?Here was my city, immense, overpowering, flooded with energy and light... The world at that moment opened before me, and I trod the [..] footway with a new confidence.? De verlichte skyline bracht een fantasiewereld van hoop en vooruitgang aan de toeschouwers. Het zette een beeld neer van de kracht van het kapitalisme, het geloof in vooruitgang en een onuitputtelijke bron van energie. H.G. Wells beschreef het elektrische landschap van New York in 1906 in deze termen: ?New York is lavish of light, it
is lavish of everything, it is full of the sense of spending from an
inexhaustible supply. For a time one is drawn irresistibly into the
universal belief in that inexhaustible supply.?
De nacht werd een negatieve achtergrond, die het positieve kunstmatig
verlichte symbool van de skyline naar de voorgrond bracht en zijn kubistische
vormen in een magisch aura deed verschijnen. Net als bij veel andere verschijningsvormen van het sublieme maakt de vooruitgang en de verwondering de mensen blind voor het echte leven. Overdag was de schok daarentegen groot, als de lichten niet langer de fantasieën in stand konden houden. ?The electrical sign was an eye-catching part of a new landscape that imparted dynamism and rhythm to a night scene that [..] was fare less impressive during the day?. Het collectieve effect van al de lichtgevende advertenties heeft te maken met de theorie over de 'sign, the signifier' en de 'signified'. Aangezien in de weelde aan reclame geen enkel sign meer apart van elkaar kon worden gezien, werd het collectieve geheel een grote 'signifier', net als de wolkenkrabbers gezamenlijk een skyline vormden. Hiermee verloren de signs hun individuele betekenis en werden een attractie. 'The signified' werd een nieuw idee wat niet meer te beschrijven viel vanuit de taal van de commercie, waar het elektrische landschap ongetwijfeld uit voortgekomen was. Het zorgde voor een compleet nieuwe ervaring voor het kijken naar de stad. Door de enorme hoeveelheid lichtbronnen werden de ruimtelijke aspecten van het stadslandschap veranderd; ?The city as a whole seemed a jumble of layers, indeterminate text that tantalized the eyes and yielded to no definitive reading.? De betekenis van elektrische sublieme
zit in het feit dat het collectieve effect elke manier om het effect
te 'vangen' deed falen. Men probeerde door middel van getallen reeksen,
net als bij de bouw van de Empire State building, een idee te geven
van hoe immens het netwerk van elektriciteitskabels, lampen en hoe groot
het verbruik was. Het elektrische sublieme was een dynamische sublimiteit,
een kracht en energie die elke verbeelding te boven ging en die het
landschap veranderde met een zelfde intensiteit als de fabriek en de
wolkenkrabber daarvoor deed. ?[T]he new forms of lighting transformed
the appearance of the world. [A] skyscraper, when studded with electric
lights, took on an entirely new appearance. A these changes filled the
urban night, a shimmering new world came into being. The electrified
urban landscape emerged as another avatar of the sublime.? Van dichtbij meegemaakt, kan een straat in dit landschap angstaanjagend aandoen, met zijn enorme hoeveelheid visuele informatie, elk zijn eigen ritme volgend. Omgeven door even rusteloze voetgangers en omgeven door het nerveuze geronk van de auto's die door de straten rijden. 'Whether experienced in terms of it's vast expanse or as an overwhelming immediacy, the electric landscape, like any sublime landscape, can leave the subject with a feeling of weakness and insignificance before the power of an immense and powerful object.? Aan de andere kant kan het dus ook
een gevoel van superioriteit en eigenwaarde opwekken. De ambivalentie
van het sublieme is ook hier een belangrijke factor in de beleving ervan.
Het geloof vooruitgang en rijkdom, maar ook vervreemding en verlatenheid.
Hoe dan ook, de betekenis van dit sublieme was een die door een bepaalde
mens geschapen was, in plaats van de natuur.?It embodied the dominant
values of individualism competition, advertising and commodification,
and at the same time it transformed these values into a disembodied
spectacle with an alluring promise of personal transformation.? 4.6 De Atoombom, keerpunt in
het Sublieme Het toekomstbeeld werd door het elektrische
sublieme zilver omrand. Dat werd bevestigd op de wereldtentoonstelling
in New York in 1939. Hier werden voor de toeschouwers utopische toekomstbeelden
geschapen in miniatuurformaat. Grote bedrijven werden uitgenodigd om
hun kunnen te laten zien, en dit resulteerde in grote landschappen,
gevuld met artificiële natuur. Deze landschappen hadden bijna meer
te maken met de schoonheid dan het sublieme, aangezien elke dreiging
en negatieve kwaliteiten in deze landschappen zorgvuldig vermeden werden.
Geen industriële landschappen, achterstandsbuurten en vuilnisbelten.
?One of the most revealing aspects [..] was that both the terror of
the natural sublime and the sense of human weakness had been virtually
eliminated. [..] Unlike the natural sublime the corporate synthesis
of various forms of the technological sublime sought not to enlighten,
but to impress and pacify.? Dit was een proces dat al begonnen
was met de komst van de wolkenkrabbers en het geometrische sublieme,
maar hier was het uiteindelijk allemaal samengekomen in een commercieel
product, ontdaan van de eigenschappen waar het sublieme mee werd gevoed.
Totdat de waarheid de utopie inhaalde. Op 16 Juli 1945 ontplofte de eerste
atoom bom in Alamagordo. ?The lighting effects begared description,
the aire blast pressing hard against the people and things, to be followed
almost immediately by the strong, sustained, awesome roar wich warned
of doomsday and made us feel that we puny things were blasphemous to
dare tamper with the forces theretofore reserved to The Almighty?
De wetenschappers voelden zich triomfantelijk en boven elke kunstenaar
verheven, aangezien zij een spectakel hadden geproduceerd, met een impact
die elk gedicht of kunstwerk te boven ging. Maar na deze triomf voelde
men ook een zekere somberheid toen zij beseften wat dit wapen teweeg
zou kunnen brengen. Deze bom ondermijnde de hoge moraal, de utopische
visie en het geloof in de wetenschap als de oplossing voor alle problemen.
Burke zei ?The sublime is an idea belonging to self preservation?,
maar de atoombom haalde niet alleen het utopische toekomstbeeld onderuit,
maar zelfs het idee van het eeuwig voortbestaan van de mens werd in
twijfel getrokken. De mens kan zich ook niet langer identificeren met
zo'n grote kracht en evenmin geeft de atoomexplosie een gevoel van orde
en/of morele wetgeving. "The collective sense of achievement,
another hallmark of the technological sublime, is radically undercut
and destroyed. Just as important, contemplation of the bomb transforms
admiration for inventors, engineers, and scientists into fear and mistrust." Hoewel oorlog vaak zorg voor vernietiging,
zorgt het evenzogoed voor een enorme toename in technologische ontwikkeling.
Een belangrijke ontwikkeling die bijdroeg aan het herstel van het geloof
in de techniek was die van de raket. Oorspronkelijk ontwikkeld om explosieven
te vervoeren en te laten ontploffen op internationaal niveau in de tweede
wereldoorlog, werd deze techniek later gebruikt om mensen de ruimte
in te sturen. In de wapenwedloop met de Russen, waarin de angst voor
de atoombom nog steeds een rol speelde en reden gaf om door te gaan
met de ontwikkeling van dit instrument, was er een race ontstaan over
welke grootmacht het eerste op de maan zou landen. Uiteindelijk won
Amerika deze wedloop en werd de technologie opnieuw onderwerp van nationale
trots en werd het geloof dat de techniek ons verder zou kunnen brengen
dan wij zelf ooit zouden kunnen in ere hersteld. Toch heeft de atoombom laten zien dat
de menselijke geest ook te ver kan gaan. Piet Vroon heeft aangetoond
in zijn boek 'Tranen van de Krokodil' dat in de natuur agressie en de
mogelijkheid om schade berokkenen in de natuurlijk staat in balans zijn
gebracht. Een beer is een krachtig dier, maar zal behalve om te eten
andere dieren alleen aanvallen als hij bedrijft wordt. De mens heeft
met zijn verstand allerlei hulpmiddelen kunnen construeren, die zijn
mogelijkheden tot daadkracht aanzienlijk vergroten. Het nadeel hiervan
is dat volgens Vroon door de mogelijkheid om op steeds grotere schaal
en afstand handelingen te verrichten die balans volledig uit evenwicht
is geraakt. De atoombom liet zien wat dat zou kunnen beteken en hoewel
de angst is weggeëbd is hij nog niet totaal verdwenen en zullen er
altijd vraagtekens worden gesteld bij de opkomst van nieuwe technieken
hoe wij daarmee zullen omgaan. Met de atoombom kwam de ambivalentie
terug in het sublieme. 5. Ontverring van het Verre Paul Simon
? The Boy in the Bubble These are the days of miracle and wonder This is the long distance call The way the camera follows us in slo-mo The way we look to us all The way we look to a distant constellation Thats dying in a corner of the sky These are the days of miracle and wonder And don't cry baby, don't cry Don't cry Het technologische sublieme heeft de
mens een ongekende reikwijdte van handelen gegeven. De leefwereld werd
met de introductie van de trein, de telegraaf, de stoomboot en daarna
de auto en het vliegtuig groter en groter. Steeds meer ervaringen en
ideeën kwamen binnen handbereik en ook de gevolgen van menselijk handelen
werden over steeds grotere afstanden merkbaar. We kunnen ons de consequenties
van ons handelen nauwelijks nog voorstellen. De atoombom liet
al zien dat wij als mens de mogelijkheid hebben om op mondiale schaal
schade te verrichten en de maanlanding gaf ons een nieuw perspectief
op de aardbol, die ineens een stuk kleiner leek. Dit fenomeen, globalisering, heeft ook de kwaliteiten van het sublieme in zich. De mens wordt geconfronteerd met de hele wereld, maar kan zich geen echte voorstelling maken van hoe groot de wereld is. Net zoals een film van een vulkaan uitbarsting niet de echte ervaring kan vastleggen, zo kan ook een foto van een aardbol, een kaart of een globe niet echt een idee geven van hoe groot onze leefwereld geworden is. Toch is de hele wereld voor ons bereikbaar en krijgen wij uit alle windstreken beelden, indrukken, ideeën en prikkels. Het probleem is dat onze menselijke geest niet gemaakt is om met deze prikkels om te gaan die ver buiten onze invloedssfeer liggen. Dat creëert een soort tweestrijd die ook kenmerkend is voor het sublieme. Het fenomeen globalisering werd al
voorspelt in de 19e eeuw, in het boek 'Nachsommer' van Adelbert
Stifter. ?Dan zal de minste mens veel en veel meer moeten weten
en kunnen dan nu, om aan alles waarmee hij in aanraking komt te kunnen
beantwoorden. De staten die [..] zich dit als eerste eigen weten te
maken , zullen qua rijkdom en glans aan vooropgaan en het bestaansrecht
van de andere zelfs in twijfel kunnen trekken.? Ook hier wordt
weer een kenmerk van het technologische sublieme zichtbaar; het creëert
afstand tussen degenen die de nieuwe ontwikkeling begrijpen en kunnen
gebruiken en zij die dat niet kunnen. Daar waar de mens eerst moest wennen
aan de enorme kracht die de menselijke reden tentoonstelde in het technologische
sublieme, was nu het gevolg van deze overmacht bron van het sublieme.
Door gebruik te maken van die bovenmenselijke krachten die de techniek
hem bood weet de mens ?niet meer meer wat hij wil, noch wat hij
moet, en het is om het even of hij verstrooid raakt door alles
wat er op hem afkomt of dat hij door de grootsheid en waardigheid ervan
buiten zichzelf raakt.? Hier moet dan toch weer de rede aan te
pas komen om te overwinnen. Het probleem is dat we volgens Safranski
niet goed uitgerust zijn om dit daadwerkelijk te doen. Daarbij komt
dat door de informatiegemeenschap (massamedia) onze zintuigen nog sterker
worden geprikkeld en overspoeld met nog meer indrukken dan we aan kunnen.
Ze nestelen zich volgens Safranski in ons onderbewustzijn en komen pas
naar boven als de druk van ons dagelijkse leven wegvalt. We krijgen die impulsen ook op een afstandelijke manier, waardoor er altijd een afstand blijft en we er ook alleen op een afstandelijke manier mee om kunnen gaan. Als er een ramp is storten we allemaal massaal geld om van ons schuldgevoel af te zien, maar weinig mensen gaan er ook daadwerkelijk naar toe om iets te doen met hun prikkels. Niet alleen virtueel, ook fysiek reizen
we zonder dat we de reis daadwerkelijk meemaken. Het is juist het doel
om de reis zo gemakkelijk, vluchtig en niet bestaand mogelijk door te
komen. De betekenis van het doorkruiste land verdwijnt, aangezien deze
nauwelijks tot niet zichtbaar is. Dit heeft enorme consequenties voor
het voor het kijken naar het landschap. Daar waar Petrarca nog een berg
beklom voor het landschap zelf, is het nu juist omgekeerd en wil men
weer zo snel en moeiteloos mogelijk over de berg heen. ?In de vertechniseerde en als een globaal netwerk verbreide civilisatie heeft de mens hoe langer hoe meer en steeds vaker uitsluiten d nog met zichzelf, dat wil zeggen met de sporten van zijn eigen activiteit van doen en beweegt hij zich in zijn eigen tekenwereld. We stuiten dus op het probleem dat onze leefwereld bijna helemaal door de tweede natuur, dus door de kunstmatige wereld is ingekapseld.? Daarmee verliezen we volgens Safranski ook een gevoel voor het mythische, ongrijpbare en het mysterieuze. Een fenomeen wat de Romantici zouden aanduiden als de 'onttovering' van de wereld. Het is dan ook hier dat Safranski Rousseau
betrekt in zijn verhaal. Rousseau pleitte immers om juist weer terug
te keren naar de eerste natuur, de niet vervreemde oermens in ons die
vrij was van maatschappelijke invloeden en de individualiteit naar boven
brengt. In deze staat kan hij ?de natuur omarmen, de verbeeldingskracht
komt opzetten en blaast alles nieuw leven in, de scheppende vrijheid
ontwaakt en met haar de moed het heden onder ogen te komen.?
Het grote probleem van Rousseau's denken, is dat de vrijheid voor alle
individuen geld, en dat betekend dat er ook een grote mate van onvoorspelbaarheid
is, iets waar Rousseau niet op zat te wachten. In de huidige bevolkingsdichtheid
zou dit geen goede oplossing zijn volgens Safranski. Wat wel moeten
doen is ?goede buren van de meest nabije dingen worden?.
De mens moet zich weer meer concentreren op zijn nabije omgeving. Socioloog Anthony Giddens schrijft
in dit verband over het zogenaamde 'collectief geheugen'. Mensen haalden
hun zekerheden uit collectieve tradities, een verleden, heden en toekomst.
Die zekerheden waren altijd plaatsgebonden, maar door de introductie
van 'onthechtende systemen' zoals gespecialiseerde kennis, wat niet
plaatsgebonden is. Hierdoor ontstaat er bij mensen een soort nostalgie,
een hang naar een verleden waarin de samenleving nog duidelijk gestructureerd
was, normen en waarden nog golden. De veranderingen gaan zo snel, dat
veel mensen zich vastklampen aan een tijd die ze nog kennen en waar
ze zich thuis voelen. Er is geen allesomvattende uitleg die mensen een
houvast geeft en hen een kader geeft, van waaruit zij de wereld tegemoet
treden. De globalisering is een uitwas van
het technologische sublime waar de reden nog geen grote overwinning
heeft kunnen boeken. Safranski legt de oplossing wel bij de geest, en
stelt dat we een soort filter moeten inbouwen om de vele impulsen te
weerstaan en binnen onze eigen 'levenstijd' een eigen plek vinden, van
waaruit we de wereld tegemoet kunnen treden. Mocht dat gebeuren zal
de rede kunnen zegevieren, maar zolang de ontwikkelingen sneller gaan
dan de ontwikkeling van de menselijke geest is er een vreemde dualiteit
te vinden in het feit dat het product van de menselijke geest de menselijke
geest niet meer kan bijhouden. Hier is een typisch voorbeeld van wat
Friedrich Schlegel typeerde als de sublieme ervaring, namelijk "de
eeuwige afwisseling van enthousiasme en ironie". 5.1 Het Sublieme landschap als
Cyborg ?And in the swift trade that followed
three mighty gods began to roughly organize the chaos -Steam, Electricity,
Steel. The railroad came, the post, the mill and farm machinery, the
typewriter, the telegraph, the telephone, the automobile. And all these
were like nerves and blood vessels laid out trough the chaos till it
began to coalesce, the parts aware of each other, the Earth gradually
shaping into one body. ? De mens heeft altijd, in zijn poging
zichzelf te begrijpen, de laatste stand van de technologie als uitgangspunt
genomen. Eerder zag men de wereld in termen van een uurwerk, daarna
als een stoommachine. In onze tijd is de computer het model, de wereld
is niet meer een uurwerk, maar een algoritme geworden. Alan Turing zegt
dat de computer eigenlijk een veruitwendiging is van hoe een kantoorklerk
telt. Het woord Computer betekent oorspronkelijk in het Engels ook `een
klerk die rekent'. ?Daarna heeft men het omgedraaid en gezegd: onze
geest lijkt op een computer. Een computer is een machine die informatie kan verwerken. Met alle problemen die Safranski stelde, is het niet verwonderlijk dat wij een machine ontwerpen die informatie voor ons kan verwerken. Jos de Mul antwoord op de vraag of wij, om de enorme overload aan informatie aan te kunnen een tweede natuur/cultuur moeten ontwikkelen, ontkennend. Hij noemt als voorbeeld, dat toen de oermensen transformeerden naar landbouwers (het moment waarop Rousseau zegt dat het misgegaan is met de mens) er zo'n enorme cultuuruitbarsting ontstond, dat de orale cultuur niet langer toereikend was om met al die nieuwe informatie om te gaan. Daarom gebruikte men het schrift als een soort extern geheugen. ,,Met de computer vindt een volgende
stap plaats in de menselijke evolutie: niet alleen de producten van
het denken, ook de denkprocessen zelf, de selectie en analyse van informatie,
kunnen uitbesteed worden. Het begint al met het werk dat een zoekmachine
voor ons doet, en te verwachten valt dat er veel intelligentere, zelflerende
programma's zullen komen..[R]icht je op de nieuwe cognitieve ruimte
die vrijkomt, en de ontwikkeling van vermogens die we nodig hebben om
met die veelheid aan informatie om te gaan.' Als we de computer zouden gebruiken
als verlengstuk van de mens om informatie te structuren en begrijpen,
zijn we al een stap dichterbij de mens als cyborg. De term cyborg komt
oorspronkelijk uit de science fiction literatuur, en beschrijft een
organisme dat een mix is van natuurlijke en synthetische/technologische
onderdelen. Of de mens al een cyborg is te noemen hangt af van waar
men de grenzen trekt van wat menselijk is en wat niet. In principe zou
een bril, of een pacemaker al een synthetische vervanger/versterker
van een biologische eigenschap zijn. In werkelijkheid zijn we al veel
sterker gekoppeld aan technologie dan we wellicht bereid zouden zijn
toe te geven. Hoewel we fysiek nog niet aangesloten zijn op netwerken,
zijn we al wel vergroeid met het gebruik daarvan. Het landschap zelf is wel als een cyborg
te interpreteren. Langs de boomwortels liggen al duizenden kilometers
kabels, voor zowel elektriciteit als informatie vervoer. De stad in
de nacht is een grote cyborg, aangezien de zon wordt vervangen door
het elektrische licht. Wegen, trappen, elektriciteitsmasten. De lijst
is eindeloos. Zelfs de Nederlandse natuur is te interpreteren als combinatie
tussen mechanische en biologische processen. De inpoldering van bepaalde
gebieden is een zuiver kunstmatig proces wat het hele ecosysteem beïnvloed.
Wij als mensen, als halve cyborgs leven in een even zo hybride leefwereld,
en dat is terug te zien in hoe wij daar naar kijken. Onze landschappen
van de geest zijn een reflectie van hoe wij vergroeid zijn met onze
technologische hulpmiddelen. ?The emphasis of the cyborg on
the material interface between the body and the city is perhaps most
strikingly manifested in the physical infrastructure that links the
human body to vast technological networks. If we understand the cyborg
to be a cybernetic creation, a hybrid of machine and organism, then
urban infrastructures can be conceptualized as a series of interconnecting
life-support systems. The modern home, for example, has become
a complex exoskeleton for the human body with its provision of water,
warmth, light and other essential needs. The home can be conceived as
?prosthesis and prophylactic? in which modernist distinctions between
nature and culture, and between the organic and the inorganic, become
blurred. And beyond the boundaries of the home itself we find a vast
interlinked system of networks, pipes and wires that enable the modern
city to function. These interstitial spaces of connectivity within individual
buildings extend through urban space to produce a multi-layered structure
of extraordinary complexity and utility. [..]
Most notably, however, the distinction between
?city? and ?non-city? becomes extensively blurred under cyborg urbanization
to produce a tendential landscape exhibiting different
forms of integration between the body, technology and social practices.? Zelfs het systeem van natuurlijke selectie
is omgeslagen. Zoals we in de vele vormen van het technologische sublieme
al hebben gezien, zijn de overlevings factoren geen biologisch maar
technisch van aard. Zij die de techniek begrijpen en kunnen gebruiken
kunnen zich aanpassen en versterken, terwijl zij die dat niet kunnen
achterblijven. ?De moderne mens leeft niet langer in een bio- maar
in een technotoop Zeker in combinatie met een kapitalistische markteconomie,
die gericht is op voortdurende innovatie en ontwikkeling, is er sprake
van een ?technologische imperatief?. Wie niet meedoet, valt af. Biologische
selectie is bij de mens grotendeels vervangen door een technologische.? 5.2 Het Sublieme Nederlandse
landschap ?Regelend, ordenend, altijd waren
de Nederlanders meesters in het scheppen van hun eigen natuur. Het was
het Nederlandse woord landschap dat de Engelse taal binnensijpelde als
'landscape', al aan het eind van de 16e eeuw, en dat was niet toevallig.
In dit door mensenhanden drooggehouden land moest wel vroeg het idee
van een landschap ontstaan, een stuk natuur dat mooi of lelijk gevonden
kon worden. Zoals ik eerder al opmerkte is Nederland
typisch een landschap van de tweede natuur of cultuur. De geschiedenis
van het land laat zich lezen als een morele geschiedenis , dat
wil zeggen, concrete landschappen of landschapsfragmenten laten zich
opvatten als materialisaties van visies op denatuur van degenen die dit landschap
tot stand brachten?, landschappen van de geest. De geschiedenis van het landschap heeft
veel te maken met de strijd tussen de elementen, wind, water en land.
Aan het begin van de jaartelling, toen de Romeinen in ons land huisden,
bezocht Plinius, de auteur van 'Natuurlijke Historiën' ons land en
maakte eerste beschouwingen van het Nederlandse landschap op een stuk
extern geheugen. Het was voor hem onduidelijk of hij hier met land of
met zee te maken had, en hij beschreef hoe de bewoners tweemaal per
etmaal op hoger gelegen heuvels , terpen of wierden, vluchtten. Voor
bewoners moet het landschap om hen heen zeker een zekere mate van sublimiteit
hebben gehad, aangezien zij een zeker ontzag voor de natuur moesten
hebben, want het landschap was een reële bedreiging voor hun bestaan.
Er is niet te achterhalen of zij het landschap ook prezen. De invloed
van deze mensen op het landschap was vrij gering, behalve wellicht het
verhogen van de terpen en het bouwen van huizen daar. Na 800 komt hier verandering in. Men
begint langzaam dijkjes te bouwen en veengebieden te ontwateren; een
meer actieve wering tegen het water. In de eeuwen daarna wordt op steeds
grotere schaal het land gecultiveerd en drooggelegd. Een belangrijke
factor in deze verandering is de religie. Rond deze periode vond de
kerstening plaats in Nederland en begon het idee van het rentmeesterschap
een rol te spelen. Ditzelfde was ook te zien in de kolonisering van
Amerika, waar de mens werd gezien als afgevaardigde van God om de wilde
natuur te temmen en een 'menselijk aanzien' te geven. Het christendom
verschafte de aansporing en de legitimatie om het uitgestrekte, diffuse,
nauwelijks bewoonbare Nederlandse landschap te vermenselijken. De dijk
bracht een demarcatie(afperking) aan tussen de gekerstende en de niet
gekerstende wereld. Met de tijd begonnen de wetenschappelijke
ontdekkingen toe te nemen, en met het grootschalige gebruik van de windmolen
werden steeds grotere stukken land drooggelegd. Door de drooglegging
echter, begon de grond steeds meer te verzakken. Daar waar de overstromingen
sediment afzetten en daarmee compenseerden voor de verzakkingen, werd
daar nu niet meer voor gecompenseerd. Ook deze toename van activiteit
is voor een deel toe te schrijven aan een religieuze verandering, namelijk
de opkomst van het protestantisme. Vooral op de plekken waar men bezig
was dijken te bouwen en stukken land droog te leggen. ?In zijn studie
over de protestantse ethiek heeft?Max Weber
al gewezen op het feit dat de protestant zichzelf beschouwt als een
selfmade man die, verkerend in een vijandige natuurlijke omgeving, een
wereld sticht van eigen makelij.?
De mens ziet zichzelf als een afgevaardigde van God, zowel als beheerder
en als schepper van nieuwe werken. Deze periode leverde Nederland twee
belangrijke symbolen op, de windmolen en de tulp. De tulp is een artificiële
plant, die groeit in een gecultiveerd landschap mogelijk gemaakt door
de windmolen. De tulp is ook een symbool van waar de verhouding in deze
tijd tussen het schone en het sublieme zit. De Nederlanders hadden meer
oog voor het schone dan het sublieme in hun landschap. Hegel zegt hierover:?In
stillevens en agrarische landschappen idealiseerden de Nederlanders
het landschap dat ze zelf gemaakt hadden?. In de achttiende en negentiende eeuw is er een soort splitsing op gang gekomen, tussen het schone en het sublieme. Met de introductie van de stoommachine, het dynamische technologische sublimie, kan de mens zijn macht over de natuur versterken door grotere stukken land droog te leggen. Dit resulteert onder andere in het droogleggen van de Haarlemmermeer en het begin van de afsluiting en inpoldering van de Zuiderzee. Voor zover er 'oernatuur' bestond, worden er steeds meer en grotere stukken land gecultiveerd. Tegelijkertijd komt ook de beweging
van de Romantiek opzetten, en wordt de ruige schoonheid van de natuur
ontdekt. Door de al vergevorderde cultivering van het Nederlandse landschap
ontstaat er een soort strijd tussen de twee kampen. Hier wordt ook een
begin gemaakt met de 'Stichting tot Behoud van Natuurmonumenten'. ?Met
haar idealisering van de wildernis en haar melancholische verlangen
naar herstel van de eenheid van mens en natuur, is de romantiek zelf
een symptoom van het onomkeerbare feit dat die eenheid niet langer als
vanzelfsprekend gegeven is. Technische natuurbeheersing en romantiek
veronderstellen elkaar. Sindsdien hebben wij zowel de verlichte ingenieur
als de romantische bergwandelaar in onze inborst. Ze vormen de twee
polen in onze collectieve natuurverhouding, tegengestelde, maar tevens
bij elkaar horende uitersten.? In de twintigste eeuw wordt er een belangrijke slag geleverd tussen de elementen, het water en de kunstmatige natuur. Het water maakt in 1953 een belangrijke opmars, en herinnert ons weer aan het feit dat wij, ondanks onze technische hulpstukken, de natuurkrachten soms toch overwinnen op de rede. Nederland werd geconfronteerd met het feit dat hun schone landschap ook een subliem landschap was, met alle gevolgen van dien. Toen eindelijk de rede de overhand kreeg werd besloten om de natuurlijk niet meer zijn gang te laten gaan en werd er gekozen voor een 'pacifistische natuur'. De uitkomst hiervan was het Delta plan,
een omvangrijk netwerk van dijken die het water zouden kunnen tegenhouden
en ons behoeden voor een soortgelijke ramp. ?Het Deltaplan weerspiegelde
in zijn oorspronkelijke opzet de houding van de mens die de natuur volledig
onderwerpt en haar naar zijn hand zet.?
Nadat de ecologische volgen van deze plannen duidelijk werden, kwamen
er toch weer tegengestelde reacties opzetten. De Oosterschelde kering
was een belangrijk resultaat hiervan, waar technisch ingrijpen niet
meteen betekende dat het ecologisch systeem werd beïnvloed. Een ander belangrijke ontwikkeling
voor het landschap was de zogenaamde ruilverkaveling. Vanuit de lucht
bekeken lijkt het Nederlandse landschap sterk op een plattegrond van
New York; rechte hoeken, met daar doorheen snijdende snelwegen en rechte
kanalen. Als er ergens te zien is hoe de Nederlanders hun wil opleggen
aan het landschap dan is hier, waar een organisch geheel in de rechthoekige
vormen van de tekentafel van Ruimtelijke Ordening gepast wordt. Het
geeft het landschap een rationele uitstraling en een gevoel voor het
mathematische sublieme. Aangezien het landschap vlak is, ligt de horizon
zo ver als het oog reikt. De strakke lijnen versterken dit gevoel van
grootte, zodat de kijker zich bewust wordt van de enorme uitgestrektheid
van het Nederlandse landschap. Geert Mak maakt in zijn boek, 'Hoe
God verdween uit Jorwerd', een soort persoonlijke geschiedenis van het
landschap rond Jorwerd, en hierin worden een aantal belangrijke sociale
en landschappelijke veranderingen aan elkaar gekoppeld. Hij beschrijft
twee soorten landschap, waar men op verschillende manieren mee om gaat.
Aan de ene kant staat de natuur, aan de andere kant het milieu. De natuur
is hier het sublieme, het milieu het schone, controleerbare. ?'Natuur' was degelijk en goed
- hoe hard, wreed en stompzinnig de realiteit ook wezen moge. 'Milieu'
was menselijk en vatbaar voor het kwade. Van 'natuur' accepteerden we
- zij het met moeite - de vrijheid en chaos. Op het 'milieu' lieten
we alle beheersingstechnieken los die we in huis hadden. In de 'natuur'
erkenden we nog iets van het ongrijpbare -tenminste zolang dat beperkt
bleef tot bepaalde reservaten-. Het 'milieu' doorvorsten we met alle
rationaliteit van ons menselijk verstand. Boeren deden hier net zo goed aan
mee als stadsmensen, maar onder de
oppervlakte lag een scheiding der geesten. Boeren, zelfs de modernste,
wisten immers beter dan stadsmensen dat ze niet alles wisten. Ze kenden
de toekomst niet, en ze kenden het heden niet, en ze accepteerden het
mysterie met meer ontzag. Ze maakten dankbaar gebruik van alle computer
technieken die God hen schonk, maar ze wisten dat de vooruitgang van
het weten nooit de omvang van het onbekende zou verminderen.
? De boeren, die in het boek een belangrijke
rol spelen, staan dus dichterbij de Romantiek dan de Verlichting. Zij
gebruiken de technologische vernieuwingen wel om het land te vormen,
maar de ervaring heeft hen geleerd om nooit volledig te vertrouwen op
de mogelijkheden van de rede om de natuur te beheersen. Dit is volgens
mij een typisch Nederlandse houding ten opzichte van het 'natuurlijke
landschap', wat zijn wortels heeft in het gevecht met de elementen van
land en water. Het protestantisme klinkt wel door in de pogingen van
de 'selfmade man' en rentmeester, maar ze leven altijd op de grens tussen
het schone en het sublieme, de fundamentele twijfel die het sublieme
zo fascinerend maakt. 5.3 De Technische reproduceerbaarheid
van het Nederlandse Landschap Petran Kockelkoren kijkt in zijn artikel
'Het landschap in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid'
naar het landschap vanuit de context van Walter Benjamin's tekst over
de reproduceerbaarheid van kunstwerken. Benjamin praat hier over het
'aura' van het oorspronkelijke werk, wat door de moderne technieken
als fotografie aangetast kon worden door hun vermogen om werken te kopiëren,
en dit zou leiden tot een ontzieling van het kunstwerk. Als je op deze
manier naar Benjamin kijkt, ?dan vormt Benjamin een exponent van
het vervreemdingsdenken ten overstaan van techniek. De idee dat techniek
ons zou vervreemden van onze oorspronkelijkheid of authenticiteit waart
sinds Marx door het denken van de twintigste eeuw.? In de geschiedenis van het Nederlandse landschap is te zien dat de natuur vele veranderingen is ondergaan door de techniek. Je zou kunnen zeggen dat net als de mens is vervreemd van zijn oorspronkelijke oermens en een tweede natuur heeft opgebouwd, zo is dit ook te zeggen van de natuur. De gecultiveerde natuur is langzamerhand ook een cultuur geworden, door de inpoldering en ruimtelijke ordening en daaruit voortvloeiend het continue gevecht tussen land en water. Kunstenaars hebben volgens Kockelkoren
het landschap met een selectieve blik beschreven in hun schilderijen.
?Onwelgevallige stadse invloeden en tekenen van techniek, zoals
die van ontginningen en waterwerken, werden uit plattelandsgezichten
en duinlandschappen weggeretoucheerd. Het landschap bood indertijd al
visuele ontsnapping aan de stad. Dat het landschap van meet af aan cultureel
geproduceerd werd, wil nog niet zeggen dat het ook meteen reproduceerbaar
was.? Een fenomeen wat ook door Mak beschreven wordt, is de tendens om natuur terug te vormen naar zijn 'oerstaat'. Gebieden als de Biesbos worden door technologische middelen weer in de omstandigheden teruggebracht waarin ze klaarblijkelijk in verkeerden voordat de mens zijn invloed erop uit oefende. De vraag is wat voor natuur je dan uiteindelijk terugkrijgt. Als een soort Jurassic Park wordt door middel van wetenschappelijke techniek de oertijd weer tot leven gewekt. In de jaren negentig veranderde dit beeld ook door de gedacht dat wat er eigenlijk gebeurde was dat we de natuur weer terugbrachten naar een eerdere staat van menselijke 'cultuur'. ?Maar als elke natuur per slot
van rekening cultuur-natuur is, is ook alle cultuur-natuur van enige
esthetische kwaliteit het behouden waard. Dat geldt niet alleen voor
(half)natuurgebieden, maar net zo goed voor landbouwgronden die door
de ruilverkaveling zijn overgeslagen en uiteindelijk zelfs voor ruilverkavelingsgebieden
zelf, aangezien die net zo goed getuigen van vroegere cultuur/natuur-symbio-sen.
Sterker nog, als we tegen wil en dank nu toch op een glijdende schaal
terechtkomen, zijn historische stadsgezichten, stadstuinen en stadsparken
evenzo beschermenswaard. In alle gevallen gaat het om natuur/cultuurbehoud
waarbij esthetiek de boventoon voert.? Kockelkoren vraagt zich vervolgens
af wat de rol van de kunstenaar in dit geheel is. Moet de kunstenaar
meegaan in deze esthetiek, die vooral bepaald wordt door de 'Verpretting'
van het landschap, door 'stoei- en ravotnatuur' wat meer te maken heeft
met het schone dan het sublieme. Als je Benjamin zou bekijken vanuit
het perspectief dat de techniek vervreemd, ?ligt het in de rede
onze toevlucht te zoeken in de verheerlijking van het pretechnologische
tijdperk van ambachtelijke natuurbeïnvloeding.? Volgens Kockelkoren
kun je Benjamin ook omdraaien en kijken welke rol de kunst speelt in
de technologische cultuur. ?Onze huidige preoccupatie met
?beleving? kan inderdaad worden aangezien voor een blijk van toenemend
hedonisme, maar kan daarentegen even goed worden uitgelegd als een exponent
van een fascinatie voor technische bemiddeling (mediatie) en reproductie.?
Kockelkoren stelt dat de nieuwe media geschikt zijn om in te zetten
in de 'ontsluiting' van het landschap. ?Er is ook een kritische omgang
met landschapsbeleving mogelijk, die de inzet van mediërende technieken
niet schuwt en daardoor een nieuwe esthetiek introduceert, namelijk
esthetiek als culturele (her)scholing van de zintuigen.? Door de
nieuwe media in te zetten zou men op een andere manier naar de omgeving
kunnen kijken. Ze kunnen kunnen ingezet worden als 'wortelingsinstrumenten'.
In plaats van de omgevingen zelf te veranderen, kun je ook de manier
waarop het landschap wordt ervaren veranderen, ?door ze leesbaar
te maken, met behulp van kunstzinnige ingrepen die technische mediatie
uitbuiten in plaats van haar overal de schuld van te geven.? 6. Het Landschap van mijn Geest
en zijn Reproductie Ik ben sinds mijn derde academiejaar langzaam begonnen de indrukken die ik opdeed voor, tijdens en na mijn nachtelijke zwerftochten te verwerken in werken. Aangezien ik nog niet precies wist wat mij zo fascineerde aan de omgevingen ben ik begonnen met een brainstorm. Met behulp van pigment rijk soft pastel krijt en zwart papier ben ik vormen gaan tekenen zoals ze in me opkwamen. Gedurende een maand heb ik elke dag een tekening gemaakt met alle beelden die in me opkwamen. Ik rangschikte de beelden in een collage
achtige compositie, die sterk beïnvloed was door mijn experimenten
met mijn scanner. Hierop legde ik voorwerpen uit mijn omgeving en rangschikte
ze op een bepaalde manier, zodat het voor mij interessante beelden werden.
Dit waren vaak elektriciteits- en datakabels van mijn computer en andere
apparaten, en die vermengde ik met huis, tuin en keuken materialen als
als keuken- en wc-rollen en andere voorwerpen die voorhanden waren. De werken met de scanner en de brainstorm tekeningen lieten een aantal dingen zien. Ten eerste was het duidelijk dat ik geboeid werd door steden, elektriciteitskabels, fabrieken, bepaalde kleurencombinaties en het gegeven dat je voorwerpen en situaties op een manier kon laten zien waardoor ze een heel eigen sfeer en verhaal kregen. Het was allemaal nog heel onduidelijk, maar ik had wel iets gevonden waar ik mee verder kon. Ik heb de collagevorm wel losgelaten, en heb gekozen om de gedachten en indrukken die ik had opgedaan tijdens mijn wandelingen weer terug te leggen op de plekken waar ik ze vandaan had. Daardoor ontstond er voor mij een soort wisselwerking tussen het stadslandschap en wat dat in mijn losmaakte wat ik vervolgens weer in verwerkte plekken terug kon leggen. Het probleem van die tekeningen was voor mij dat, hoewel er wel zeker eigenschappen inzaten waar ik wel tevreden mee was, niet meer echt voelden als plekken maar als momenten. Het idee van de tocht door het landschap, en ervaring die dat met zich meebracht was niet te vatten in een tekening. Om meer de plek zelf te accentueren ben ik begonnen om echt de plekken na te bouwen. Dit deed ik door een soort kijkdozen te construeren, waarbij er een combinatie ontstond tussen enerzijds de 3 dimensionale vormen van de doos en de rechthoekige gebouwen en de platte tekeningen van straatlantaarns, mensen en interieurs. Niet alleen de platte voorwerpen, maar ook de (achter)grond en de gebouwen beplakte ik met tekeningen, zodat de kartonnen vormen veranderden in getekende gebouwen. Tevens suggereerde ik lichtbronnen met mijn krijtjes, zodat er een nachtsituatie ontstond die zowel 2- als 3 dimensionale diepte had. Toch had ook de kijkdoos nog niet het
gewenste effect. De combinatie van mijn schilderachtige kniptechniek
met mijn evenzo schilderachtige materiaal gebruikt zorgde voor een rommelig
en niet helder geheel. De worsteling met het materiaal kostte teveel
tijd en wat er uiteindelijk uitkwam was weinig overtuigend en te klein
om de kijker een ervaring te geven die representatief was voor mijn
eigen ervaringen. Als experiment ben ik toen met de computer aan de slag gegaan om een digitale maquette te maken, zodat ik wat makkelijker kon experimenteren met licht en vorm. Toen de maquette er echt er 'stond' bleek de digitale 'kijkdoos' echter veel interessanter te zijn dan zijn tastbare tegenhanger. De schilderachtige tekeningen gecombineerd met de strakke vormentaal van de computer intrigeerde me, evenals de consequenties van deze confrontatie. Wat die consequenties waren en hoe het werken met de computer mijn ideeën en werk zou beïnvloeden was me nog niet duidelijk. De verandering was al in het werkproces voelbaar, aangezien zowel het potlood als de computer voor mij twee heel vertrouwde materialen waren die ik voorheen nog niet op een bevredigende manier bij elkaar had weten te brengen. Ik voelde mij een stuk vrijer in het gebruik van mijn materiaal, ook al moest ik veel onderdelen van de programmatuur van 3D Studio Max nog leren. Ik zag wel meteen mogelijkheden om een film te maken, iets wat ik al heel lang had gewild. Na een intensief leer- en werkproces was uiteindelijk mijn afstudeerproject op Minerva het eindresultaat. Bij schilderkunst wordt een grote betekenis toegekend aan de onderwerpskeuze, omdat - werken vanuit een leeg vlak - aan elk afgebeeld object een bewuste beslissing vooraf is gegaan. Voor mij is dit element van kiezen zo belangrijk dat ik zelfs als ik bestaande voorwerpen [..] zou kunnen gebruiken [..], ik er toch voor kies om ze na te maken."
Deze reis door verschillende media
heeft mij laten zien dat elk medium anders reageert op mijn visie van
de werkelijkheid en die ook op een andere manier laat zien. Natuurlijk
heb ik in die zoektocht ook een betere focus kunnen krijgen op dat wat
ik wilde laten zien en wat niet, maar de tekening en de kijkdoos waren
duidelijk een minder geschikt medium om mijn wereld in te creëren.
De wereld van de 3d Animatie bood mij iets wat de tekening en de kijkdoos
mij niet konden bieden. De tekening bood mij het kader waardoor mijn
wereld bekeken kon worden, en de kijkdoos gaf mij de mogelijkheid om
mijn wereld daadwerkelijk te construeren, maar in de 3d wereld van de
computer kwamen beide aspecten bij elkaar en het werd meer voor mij
dan de som der delen. Om de reden die Edwin Zwakman hierboven
beschrijft, heb ik een voorkeur voor media waarin ik vanuit een nulpunt,
een blank canvas, kan werken. Als je vanuit het niets begint ben je
pas echt aan het 'scheppen' en kun je het meest van jezelf in het werk
leggen. Hoewel ik de werkelijkheid gebruik om mijn wereld te verbeelden
ben ik er niet afhankelijk van. Juist door de keuze te maken om mijn
wereld zelf te creëren krijgt het zin en een betekenis. Alles in de
wereld draagt mijn handschrift, zowel digitaal als analoog, en het zou
door niemand anders op deze manier gemaakt kunnen worden. Daardoor vind
ik het ook belangrijk dat de kijker door een kader, een 'window to the
world' kijkt naar de wereld. Het werkproces en de betekenis, voor mij, van het werk hebben sterk met elkaar te maken. Tijdens mijn studietijd aan de kunstacademie had ik al ontdekt dat je veel leert over een object/persoon wat je vertaalt naar een kunstwerk. Om grip te krijgen op een onderwerp moet je het goed bestuderen en vaak zie je dan dingen die je normaal nooit zouden zijn opgevallen. Tegelijkertijd wordt je ook gedwongen om de structuren te zoeken, de werking te doorgronden en/of verder kijken dan alleen de uiterlijke vorm. Je moet uitzoeken wat het onderwerp voor jezelf betekend en op wat voor manier je dat kan overdragen. Hoe langer het werkproces is, hoe dieper
die relatie met het onderwerp wordt en hoe meer er een dialoog ontstaat
tussen het onderwerp, het werk en de kunstenaar. Het werkproces beïnvloed
het werk, het werk beïnvloed de manier waarop de kunstenaar naar het
onderwerp kijkt en het onderwerp beïnvloed de kunstenaar. De eerste
keer dat ik dat proces mee maakte met het maken van mijn eerste animatie
ontdekte ik dat die dialoog anders was dan toen ik met mijn tekeningen
werkte. De tekeningen waren een vluchtige eerste verkenning, die achteraf
gezien nodig waren om heel breed de richting te bepalen die ik op wilde.
Het proces van het maken van de kijkdozen leverde minder een dialoog
op, aangezien ik vooral worstelde met het materiaal en ik nauwelijks
aan een zinvolle reflectie toekwam. Het lange werkproces van de animatie
gaf me een hele intensieve band met mijn werk die ik daarvoor nog nooit
meegemaakt had. Allerlei kleine ideeën, beelden en ervaringen die ik
had gedurende een werkperiode van een half jaar kwamen bij elkaar in
een hele gecondenseerde tijdspanne van 3 minuut en 46 seconde. Petran Kockelkoren spreekt over de
mediëring van het landschap door middel van nieuwe technieken, waardoor
er een nieuwe esthetiek ontstaat. Ik denk dat door het gebruik van de
computer, en met hulp van traditionele tekentechnieken, een mediëring
plaatsvindt die het landschap op een andere manier laten zien en ook
bepaalde eigenschappen van het landschap naar voren brengen. 3D Animatie
programma's, en hun halfbroer van de CAD familie, zijn allemaal vrij
constructief van aard. Draadmodellen en primitieve vormen die als bouwstenen
gebruikt worden om complexere voorwerpen te maken. Het is een perfect
medium voor het werken met architectonische en technologische onderwerpen,
die zelf ook geconstrueerd zijn. "Het Nederlandse landschap
ben ik interessant gaan vinden omdat het een geheel geconstrueerd landschap
is. Niet uit formele overwegingen, maar omdat het zo veel zegt over
de mentaliteit van de makers. het is voor mij een sculptuur en in die
zin betekenisvol. Bij de reflectie op wat ik doe, leg ik altijd verbanden
tussen de psychologische, de sociologische en de meer formele, esthetische
kant." Het Nederlandse landschap is net als
mijn werk een geconstrueerde omgeving en een weerspiegeling van mijn
gedachten, ervaringen en manier van kijken. Zoals Mondriaan, die in
het raster patroon van New York zijn modernistische schilderijen zag
ontstaan, zo gebruik ik het landschap om mij heen als drager van mijn
ideeën. Het geconstrueerde landschap wat opgebouwd word van beton,
ijzer en baksteen aan de ene kant, maar ook door kunstmatig geplante
bomen, verkavelde weilanden en volkstuintjes. Mijn manier van werken
weerspiegelt deze vreemde verhouding in het landschap. De digitale bouwstenen,
die toch nog een spoortje van leven vertonen door de in Photoshop bewerkte
tekeningen. Het digitaal reproduceren van het landschap
geeft het landschap een nog sterker technologisch karakter. Een computermodel
is veel perfecter, gecontroleerder en vloeiender dan de tastbare werkelijkheid
meestal is. Daardoor ontstaat er een dubbele vervreemding in het werk,
een door technologie van zichzelf vervreemd landschap, wat ook nog eens
gereconstrueerd wordt via een digitaal medium. De natuur lijkt volledig
verbannen te zijn uit de digitale wereld, en er is ook nergens een boom,
een rivier of zandvlakte te bekennen. De technologie wordt de nieuwe
natuurlijke leefomgeving, waarin wij ons gemakkelijk voelen. Kockelkoren beweert dat er een soort
preoccupatie ontstaat voor het pre-technologische landschap, maar voor
mij is het juist andersom. Ik benadruk juist de aanwezigheid van de
technologie, zowel mooi en magisch, als lelijk en angstaanjagend kan
zijn. Hoewel het werken met de computer een verdere vervreemding in
de hand werkt, probeer ik toch de natuurlijkheid van die technologische
leefomgeving te laten zien. Die dubbelheid vind ik interessant aan de
landschappen die ik maak. De landschappen voelen soms als een 'thuis',
terwijl er nergens een blaadje groen te bekennen is. Het feit dat het
een landschap is, terwijl er bijna geen blaadje groen te bekennen is
fascineert me. Het is een natuur die nog een stap
verder gaat dan wat Mak 'milieu' zou noemen. Het natuurlijke proces
is bijna compleet vervangen door een technologisch proces, waarin de
regels van de code de wetten bepalen. De wereld lijkt te functioneren
zonder menselijke inbreng, ook al is alles te wat er te zien is een
gevolg van de menselijke inbreng in de natuur. Wij hebben de technologie
natuurlijk gemaakt, ook al willen mensen dat niet altijd zien. Industrieterreinen
hebben nog geen campings of fietspaden, en zelfs windmolens worden door
velen al als een aantasting van de natuur beschouwd. In mijn werk worden
deze technologische ingrepen juist op een positieve manier benaderd,
al klinkt er altijd wel een kleine stem van wroeging door het werk heen.
Deze combinatie sluit aan bij het gevoel van het sublieme. Die eeuwige
combinatie van enthousiasme en ironie, die zich nog altijd meester van
mij maakt. Toen ik met mijn nieuwe werk bezig
was, maakte ik me constant zorgen over het feit dat, hoewel ik de natuur
en gezonde leefomgeving erg belangrijk vond, ik er toch voor koos om
in mijn werk de technologische ingrepen te bewonderen en te sieren.
Als advocaat voor de duivel, voelde ik me een verrader van de oorspronkelijke
natuur. Het interessante voor mij was dat, toen ik voor het eerste de
film helemaal inelkaar zag, compleet met geluid en montage, viel me
ineens op dat er toch een hele dreigende sfeer uitging van het landschap
wat ik gecreëerd had. Het werk laat het landschap lezen als een bijzonder
stuk constructie, een kunstwerk van onszelf, maar maakt de kijker toch
ook ongemakkelijk. Onbewust is die tegenstelling van het sublieme toch
in het werk geslopen. Mijn geweten kan weer gerust zijn: Ik twijfel
nog steeds.
7. Bronvermelding Boeken: David E. Nye ? American Technological Sublime (1994) Cambridge: MIT Press Diverse Auteurs ? Denkers van Nu (2005) Diemen: Veen Magazines B.V. Bertrand Russel - Geschiedenis van de Westerse filosofie (1945) Servire Guldemond, Jaap; Bush, Kate - Edwin Zwakman: Facades (1999) Stedelijk Van Abbemuseum; Geert Mak ? Hoe God Verdween uit Jorwerd (1996) Pandora Umberto Eco ? de Geschiedenis van de Schoonheid (2005) Prometheus BV, Vassallucci Rudiger Safranski - Hoeveel Globalisering kan een mens Verdragen? (2003) Atlas Websites Wikipedia, http://en.wikipedia.org . Bezocht Februari, Maart, April, Mei 2006 Aesthetics and Philosophy of Arts, http://www.bu.edu/wcp/Papers/ Bezocht April 2006 Jos de Mul, http://www2.eur.nl/fw/hyper/ Het Zaanweb: het Sublieme en het Alledaagse,
http://www.zaan.be/lib/ Philosophy Now, http://www.philosophynow.org/ Melissa van Aberongen, http://www.melie.dds.nl/ Met Petrarca op Vakantie, http://www.dick.wursten.be/ Burke, On
the Sublime and Beautiful, http://www.bartleby.com/24/2/ Bezocht Maart, April, Mei 2006 De Kerf, de natuur als spiegelbeeld
of als tegenspeelster, http://home.hetnet.nl/~ The Library of Nothingness, http://library.nothingness. About not being afraid of the Technological
Sublime, http://www.easst.net/review/ Landon Brooks, two takes on the Sublime, http://www.depauw.edu/sfs/ Cyborg Urbanization: Complexity and
Monstrosity in http://www.geog.ucl.ac.uk/~ Petran Kockelkoren : Landschap[..]
reproduktie ? http://www.skor.nl/artefact- Longinus - On the Sublime, http://classicpersuasion.org/ Dictionairy of the History of Ideas, http://etext.lib.virginia.edu/ Bezocht Februari, Maart, April, Mei
2006 |